Partijen zijn gescheiden en er is een echtscheidingsconvenant waarin partneralimentatie is vastgesteld tot 1 september 2022. Appellant legde loonbeslag wegens een vermeende alimentatievordering, maar geïntimeerde betwist dat er nog een vordering bestaat en vordert opheffing van het beslag.
De voorzieningenrechter heeft het loonbeslag opgeheven en appellant veroordeeld in de proceskosten. Appellant ging in hoger beroep en vorderde vernietiging van het vonnis en voortzetting van het beslag.
Het hof oordeelt dat appellant geen helder en voldoende onderbouwd overzicht van haar vordering heeft gegeven, waardoor niet kan worden vastgesteld dat zij nog een vordering heeft. Geïntimeerde heeft de lopende alimentatieverplichtingen voldaan, behalve enkele kleine onbetaalde bedragen die hij met verrekening heeft gemotiveerd.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep. De vorderingen van appellant worden afgewezen.