ECLI:NL:GHARL:2022:728
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en eigendom appartement in Rusland
Partijen zijn in 2007 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben twee minderjarige kinderen. De echtscheiding werd uitgesproken in 2016, waarbij de gemeenschap van goederen werd ontbonden. De man vorderde onder meer toedeling van bankrekeningen, auto's, effectenrekening, een flat in Rusland, en betaling van diverse bedragen.
De rechtbank had reeds een vonnis gewezen waarin onder meer de effectenrekening aan de man werd toegewezen onder verrekening, de inboedel als verdeeld werd verklaard, en de vrouw voor de helft draagplichtig werd gesteld voor de hypotheekschuld. De vrouw was het niet eens met diverse onderdelen, waaronder haar draagplicht voor de restschuld en de kosten van verkoop.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de vrouw draagplichtig blijft voor de helft van de restschuld, gelet op de gemeenschap van goederen en het ontbreken van omstandigheden die een afwijkende verdeling rechtvaardigen. Ook de kosten van verkoop blijven voor de helft voor haar rekening. Over het moederschapscertificaat oordeelt het hof dat dit een vordering is op de Russische overheid die in de gemeenschap valt, maar dat de exacte uitkering nog onzeker is.
Betreffende het appartement in Rusland is onduidelijkheid over eigendom. De vrouw betwist eigendom en overlegt bewijs dat het appartement aan haar moeder toebehoort. Het hof geeft de man gelegenheid om hierop te reageren en houdt verdere beslissing aan tot nadere bewijslevering.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere uitlatingen over het appartement in Rusland en verdere bewijslevering.