De zaak betreft de ontbinding van een huurovereenkomst tussen Stichting Elkien en huurders die in hun woning een hennepkwekerij met 73 planten hadden. Hoewel er geen expliciet contractueel verbod op hennepteelt was opgenomen, oordeelde de kantonrechter dat de kwekerij een ernstige tekortkoming vormt in strijd met de woonbestemming en de verplichting zich als goed huurder te gedragen.
De huurders voerden aan dat ontbinding onterecht was omdat er geen contractueel verbod was, er geen overlast was en zij niet op de hoogte waren van het zerotolerancebeleid van Elkien. Ook stelden zij dat hun persoonlijke omstandigheden en langdurige huurrelatie ontbinding niet rechtvaardigen. Het hof overwoog dat het hebben van een bedrijfsmatige hennepkwekerij een ernstige tekortkoming is die ontbinding rechtvaardigt, ook zonder expliciet verbod.
Het hof verwierp de bezwaren van de huurders, waaronder het ontbreken van klachten en het feit dat de burgemeester volstond met een waarschuwing. Ook het niet bekend zijn met het zerotolerancebeleid en de persoonlijke omstandigheden van de huurders wegen niet op tegen het belang van Elkien bij naleving van de huurvoorwaarden en het beschikbaar houden van sociale huurwoningen.
De ontruiming was inmiddels uitgevoerd en de proceskosten werden aan de huurders opgelegd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees verdere grieven af.