Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2022:7343

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 augustus 2022
Publicatiedatum
24 augustus 2022
Zaaknummer
21-000961-21
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf en taakstraf voor dealen harddrugs en bezit vuurwapen zonder medeplegen bewezen

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 16 augustus 2022 het vonnis van de rechtbank Overijssel vernietigd en opnieuw recht gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van dealen van harddrugs en het bezit van een vuurwapen.

Het hof oordeelde dat het medeplegen van dealen niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, omdat geen nauwe en bewuste samenwerking met anderen was vastgesteld. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte vanaf 1 januari 2020 tot en met 19 juni 2020 harddrugs heeft verkocht, afgeleverd en vervoerd, en op 19 juni 2020 een vuurwapen van categorie II in bezit had.

De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van 300 dagen, waarvan 273 dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest, en een taakstraf van 240 uur. Het hof hield rekening met de bedreiging van verdachte vanuit het criminele milieu, het bezit van het vuurwapen ter zelfbescherming en zijn positieve persoonlijke ontwikkelingen.

De straf is passend geacht gelet op de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en de wens om verdachte een kans te geven zijn leven positief voort te zetten. Het hof sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 300 dagen gevangenisstraf, waarvan 273 voorwaardelijk, en 240 uur taakstraf voor dealen harddrugs en bezit vuurwapen, medeplegen niet bewezen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000961-21
Uitspraak d.d.: 16 augustus 2022
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats [gemeente] , van 23 februari 2021 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-910037-20 en 08-910052-20, tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 2 augustus 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. V.A. van Biljouw, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld ter zake het medeplegen van dealen en aanwezig hebben van harddrugs, en het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie II tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van het voorarrest.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 08-910037-20:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september 2019 tot en met 19 juni 2020, in de gemeente [gemeente] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (te weten een hoeveelheid XTC-pillen), zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Zaak met parketnummer 08-910052-20 (gevoegd):
hij op of omstreeks 19 juni 2020 in de gemeente [gemeente] , een wapen van categorie II, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen (merk CZ Praha, kaliber 6.35), voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

De advocaat-generaal acht de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
De raadsman heeft ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08-910037-20 tenlastegelegde vrijspraak bepleit voor het medeplegen. Voorts heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde – voor zover dit de periode 1 maart 2020 tot en met 19 juni 2020 beslaat – wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ten aanzien van de overige tenlastegelegde periode ontbreekt het bewijs, waardoor verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken. De raadsman refereert zich aan het oordeel van het hof ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08-910052-20 tenlastegelegde.
Het hof acht bewezen dat verdachte heeft gedeald vanaf 1 januari 2020. Het hof acht niet bewezen dat sprake is van medeplegen van dealen.
Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende. Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat verdachte in januari 2020 meermalen via zijn telefoon heeft gezocht op drugsgerelateerde onderwerpen. Via
Googleis er onder andere gezocht naar het versnijden van cocaïne, het mixen van cocaïne en het maken van verborgen ruimtes. Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof bekend dat hij op zijn telefoon heeft gezocht op internet naar voornoemde onderwerpen omdat hij wilde gaan dealen maar niet wist hoe het allemaal moest. Het hof hecht hieraan geloof. Het hof gaat er dan ook vanuit dat de pleegperiode is aangevangen op 1 januari 2020.
Het hof komt niet tot een bewezenverklaring van het medeplegen, nu niet is komen vast te staan dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten. Er blijkt niet van een gezamenlijke uitvoering of van een bijdrage van verdachte aan het dealen met anderen. De enkele verklaring van getuige [naam getuige] , die drugs bij de [naam] -lijn bestelde en verdachte herkent als de man die hem een aantal keer drugs heeft gebracht in een grijze BMW, is hiertoe namelijk niet voldoende. Daarbij is mede van belang dat uit voornoemde getuigenverklaring niet blijkt in welke periode [naam getuige] verdachte gezien heeft.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-910037-20 en in de zaak met parketnummer 08-910052-20 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
Zaak met parketnummer 08-910037-20:
hij op
een ofmeer tijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 01 januari 2020 tot en met 19 juni 2020, in de gemeente [gemeente]
, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens
)opzettelijk heeft verkocht en
/ofafgeleverd en
/ofverstrekt en
/ofvervoerd
, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,een hoeveelheid
van een materiaal bevattendecocaïne en
/ofeen hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (te weten een hoeveelheid XTC-pillen
), zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Zaak met parketnummer 08-910052-20 (gevoegd):
hij op
of omstreeks19 juni 2020 in de gemeente [gemeente] , een wapen van categorie II, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen (merk CZ Praha, kaliber 6.35), voorhanden heeft gehad.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 08-910037-20 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Het in de zaak met parketnummer 08-910052-20 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft een gevangenisstraf van 15 maanden met aftrek van de duur van het voorarrest gevorderd.
De raadsman heeft een taakstraf van 240 uur en een (forse) voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit.
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer 5 maanden schuldig gemaakt aan het dealen van harddrugs. Mede door zijn handelwijze wordt de handel in harddrugs in stand gehouden. Het betreft een handel die verboden is, omdat het gebruik van harddrugs de gezondheid van personen schade toebrengt. Die handel gaat bovendien gepaard met steeds zwaardere vormen van criminaliteit. Voorts heeft verdachte een vuurwapen voorhanden gehad. Dergelijk bezit verdient bestraffing, omdat dat onder burgers gevoelens van onveiligheid met zich mee brengt, temeer aangezien vuurwapens dikwijls worden gebruikt bij het plegen van veelal ernstige strafbare feiten.
Het hof is van oordeel dat als reactie op de feiten in beginsel een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is, uitgaande van de binnen de rechtspraak gehanteerde oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De LOVS-oriëntatiepunten kennen als uitgangspunt voor het dealen van harddrugs gedurende 3 tot 6 maanden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Voor het vuurwapendelict luidt het uitgangspunt thans een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.
Daarnaast heeft het hof acht geslagen op het feit dat uit het verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie van 28 juni 2022 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten. Deze eerdere veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Van nieuwe strafbare feiten is niet gebleken.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 19 juli 2022. Daaruit blijkt onder meer van een aantal positieve ontwikkelingen in het leven van verdachte. Verdachte werkt als assemblagemedewerker in een bedrijf. Verdachte heeft ter zitting van het hof ook een positieve indruk gemaakt.
Een en ander afwegende komt het hof er met name op grond van de volgende punten op uit aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het voorarrest en het voorwaardelijk deel ongeveer negen maanden bedraagt en daarnaast een taakstraf voor de duur van 240 uur.
Het hof houdt namelijk ten voordele van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte – naar het hof aannemelijk acht – in de situatie verkeerde dat zijn leven werd bedreigd door personen uit het criminele milieu terwijl hij geen beveiliging van de kant van de politie kreeg en daarom zelf een vuurwapen heeft aangeschaft om zichzelf en zijn familie tegen voornoemde bedreiging te beschermen.
Bovendien houdt het hof rekening met het feit dat verdachte momenteel een positieve ontwikkeling doormaakt. Het hof wil verdachte de gelegenheid geven om de positieve ontwikkelingen voort te zetten.
Gelet op het voorgaande en daarbij in aanmerking genomen hetgeen verder omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat een (grotendeels voorwaardelijke) gevangenisstraf en een taakstraf, passend en geboden is. De voorwaardelijke straf wordt opgelegd als stok achter de deur, om ervoor te zorgen dat verdachte niet opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 08-910037-20 en in de zaak met parketnummer 08-910052-20 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 08-910037-20 en in de zaak met parketnummer 08-910052-20 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
300 (driehonderd) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
273 (tweehonderddrieënzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. J.D. den Hartog, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. J.A.W. Lensing, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.E. Schoenmakers, griffier,
en op 16 augustus 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 16 augustus 2022.
Tegenwoordig:
mr. J.A.W. Lensing, voorzitter,
mr. J. van Spanje, advocaat-generaal,
mr. K. van Laarhoven, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.