ECLI:NL:GHARL:2022:7346

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 augustus 2022
Publicatiedatum
24 augustus 2022
Zaaknummer
P22-150
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met afwijzing verzoek repatriëring en vernietiging second opinion opdracht

De terbeschikkinggestelde is in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam tot verlenging van zijn terbeschikkingstelling met twee jaar. Hij verzocht tevens om aanhouding van de beslissing om de mogelijkheid van plaatsing in een kliniek in Casablanca te onderzoeken, gezien zijn wens tot repatriëring naar Marokko.

Het hof heeft het verzoek tot aanhouding afgewezen omdat de noodzakelijkheid van nader onderzoek naar plaatsing in Marokko niet was aangetoond. De kliniek houdt rekening met de repatriëringswens en zal dit in de komende maanden verder bespreken met de transfercoördinator.

De rechtbank had ook bepaald dat een second opinion over de medicatie moest worden aangevraagd vanwege stagnatie in de behandeling. Het hof vernietigt dit onderdeel omdat uit aanvullende informatie bleek dat de medicatie al voortvarend wordt aangepast, met stabilisatie en vermindering van agressie tot gevolg.

Het hof bevestigt verder de verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar op juiste gronden. De beslissing is op 4 augustus 2022 in het openbaar uitgesproken door de kamer van het hof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling is met twee jaar verlengd, het verzoek tot aanhouding afgewezen en de opdracht tot second opinion medicatie vernietigd.

Uitspraak

TBS P22/0150
Beslissing d.d. 4 augustus 2022
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum Dr. S. van Mesdag te Groningen
(hierna: de kliniek),
verder te noemen de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 5 april 2022. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren en afwijzing van het verzoek tot aanhouding van de beslissing op de verlengingsvordering met opdracht aan het openbaar ministerie de mogelijkheid van een rechterlijke machtiging te onderzoeken.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 20 april 2022;
- de aanvullende informatie van de kliniek van 5 juli 2022, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 17 november 2021 tot en met 18 mei 2022.
Het hof heeft ter zitting van 21 juli 2022 gehoord advocaat-generaal
mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit en de terbeschikkinggestelde (via videoverbinding), bijgestaan door zijn raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te ’s-Gravenhage.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De raadsman heeft verzocht de (verdere) behandeling van de verlengingsvordering aan te houden om de mogelijkheden van plaatsing van de terbeschikkinggestelde in een kliniek in Casablanca (Marokko) te laten onderzoeken. De terbeschikkinggestelde wenst te repatriëren naar Marokko. Er wordt al maanden gesproken over een plaatsing van de terbeschikkinggestelde in een kliniek in Casablanca (Marokko), maar er is nog niet onderzocht of hij daar terecht kan.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Er is sprake van stoornissen en het recidiverisico is hoog. De terbeschikkinggestelde is nog niet optimaal ingesteld op medicatie, maar daar wordt wel aan gewerkt. De kliniek heeft oog voor de wens van de terbeschikkinggestelde tot repatriëring naar Marokko. Behandeling is noodzakelijk voorafgaand aan de repatriëring. Het is niet te verwachten dat de verpleging van overheidswege over één jaar voorwaardelijk kan worden beëindigd.
Het oordeel van het hof
Verzoek aanhouden van de beslissing op de vordering tot verlenging in verband met nader onderzoek
Het verzoek van de raadsman tot het laten onderzoeken naar de mogelijkheden van plaatsing van de terbeschikkinggestelde in een kliniek in Casablanca (Marokko) wordt afgewezen, nu de noodzakelijkheid daarvan niet is gebleken. De kliniek heeft oog voor de wens van de terbeschikkinggestelde om te repatriëren naar Marokko; in de komende maanden zal met de transfercoördinator worden besproken of de casus van de terbeschikkinggestelde in theorie gepresenteerd kan worden aan een kliniek in Casablanca.
Verlenging van de terbeschikkingstelling
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van twee jaren. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met uitzondering van het volgende.
De rechtbank heeft in haar beslissing overwogen dat het van belang is, gelet op de stagnatie in de behandeling, dat de kliniek voortvarend inzet op het vragen van een second opinion met betrekking tot de medicatie. Voor dit onderdeel van de beslissing van de rechtbank is door en namens de terbeschikkinggestelde geen aandacht gevraagd; er is slechts verzocht om een andere reden de beslissing in hoger beroep aan te houden. Uit de in hoger beroep ingekomen aanvullende informatie blijkt dat kliniek voortvarend te werk gaat met betrekking tot het vinden van een optimaal medicatiebeleid voor de terbeschikkinggestelde. De terbeschikkinggestelde is de afgelopen maanden stabieler gaan functioneren. Hoewel het effect van de medicatie nog niet optimaal is, leidt de medicatie wel tot vermindering van agressie en verbetering van het klinisch beeld. Bij deze stand van zaken acht het hof een second opinion niet nodig en zal het de beslissing van de rechtbank in zoverre vernietigen.

Beslissing

Het hof:
Wijst afhet verzoek tot aanhouding van de beslissing op de vordering zoals hierboven nader omschreven;
Vernietigtzoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 5 april 2022 voor zover inhoudende de opdracht tot het uitbrengen van een zogenaamde second opinion en
bevestigt met verbetering van grondendie beslissing met betrekking tot de terbeschikkinggestelde
[veroordeelde]voor het overige. Aldus gedaan door
mr. M. Keppels als voorzitter,
mr. J.A.W. Lensing en mr. P.C. Vegter als raadsheren,
en drs. I. Troost en drs. A. Vissers als raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman als griffier,
en op 4 augustus 2022 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.