ECLI:NL:GHARL:2022:7426
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid voor schade door vroegtijdig gebruik koelinstallatie zonder waarschuwing
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Intercooling B.V. aansprakelijk was voor schade geleden door appellant door het vroegtijdig in gebruik nemen van een koelinstallatie. Appellant stelde dat Intercooling de installatie aan had laten staan bij vertrek op 25 maart 2011 en dat er al karren met hortensia’s in de koelcel waren geplaatst, waardoor een waarschuwingsplicht bestond die was geschonden.
Het hof bevestigde de bewijsopdracht uit het tussenarrest dat appellant moest bewijzen dat de koelinstallatie aanstond bij vertrek van Intercooling en dat Intercooling dit had gezien. Na het horen van zes getuigen concludeerde het hof dat appellant niet in zijn bewijs was geslaagd. De verklaringen waren onvoldoende om vast te stellen dat de installatie aanstond toen Intercooling vertrok.
Daarmee rustte geen waarschuwingsplicht op Intercooling en was er geen sprake van tekortschieten in haar contractuele verplichtingen. De grieven van appellant werden verworpen en de vonnissen van de rechtbank werden bekrachtigd. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellant af en bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank.