In deze strafzaak is tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel hoger beroep ingesteld door de verdachte. Tijdens de regiezitting van 17 augustus 2022 heeft de verdediging verzocht om het horen van drie getuigen: een medeverdachte, diens partner en een aangeefster, vanwege tegenstrijdige verklaringen en relevante nieuwe feiten.
De advocaat-generaal verzette zich tegen het horen van deze getuigen, stellende dat eerdere verklaringen en het verschoningsrecht van de getuigen dit niet rechtvaardigen. Ook werd betoogd dat het verzoek geen toegevoegde waarde heeft voor de bewijsvoering en dat de belangen van de verdachte niet worden geschaad indien het verzoek wordt afgewezen.
Het hof oordeelde echter dat het horen van de drie getuigen noodzakelijk is voor een afgewogen beoordeling van het feitencomplex en de rol van de betrokkenen. Het onderzoek wordt heropend, de stukken worden overgedragen aan de raadsheer-commissaris en het onderzoek wordt geschorst voor onbepaalde tijd. De oproeping van verdachte en slachtoffers zal op een later moment plaatsvinden.