ECLI:NL:GHARL:2022:7523

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
31 augustus 2022
Publicatiedatum
31 augustus 2022
Zaaknummer
Wahv 200.287.551
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende onderbouwing staandehouding bij geslotenverklaring

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het negeren van een tijdelijke geslotenverklaring op De Lind in Oisterwijk tijdens een evenement. De ambtenaar stelde dat staandehouding niet mogelijk was omdat het voertuig bij hem vandaan reed, maar gaf geen nadere toelichting.

Volgens artikel 5 Wahv Pro moet de bestuurder bij constatering van een overtreding worden staande gehouden om zijn identiteit vast te stellen, tenzij er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. Het hof oordeelt dat de enkele mededeling van de ambtenaar onvoldoende is om te concluderen dat staandehouding onmogelijk was.

De verklaring van de ambtenaar bevatte tegenstrijdigheden en onvoldoende details over zijn locatie en afstand tot het voertuig. Daarom is de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd en wordt de beschikking vernietigd.

Het hof veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de onmogelijkheid tot staandehouding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.287.551/01
CJIB-nummer
: 213287456
Uitspraak d.d.
: 31 augustus 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWest-Brabant van 8 september 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.P.B. Waals, kantoorhoudende te Enschede.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 december 2017 om 13:26 uur op De Lind in Oisterwijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat er ten onrechte geen staandehouding is verricht. Het zaakoverzicht noch het aanvullende proces-verbaal bevat een reden waarom hiertoe niet kon worden overgegaan. In het zaakoverzicht staat wel dat er geen staandehouding kon worden verricht, omdat het voertuig van de ambtenaar afreed, maar de ambtenaar verklaart tevens dat hij zich ook op de Lind bevond. Wanneer het stuk van De Lind voor het gemeentehuis afgesloten zou zijn en het voertuig zou richting De Lind rijden, terwijl de ambtenaar zich daar ook bevond, dan had hij de bestuurder dus staande moeten kunnen houden. Bovendien was de geslotenverklaring ter plaatse ingesteld in verband met een evenement. Dit betekent dat de betreffende straat was geblokkeerd en het voertuig daar dus niet eens door had kunnen rijden. Deze tegenstrijdigheden in de verklaring van de ambtenaar doen de onderbouwing waarom er geen staandehouding kon worden verricht wankelen. Dit brengt mee dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd.
3. In het zaakoverzicht staat als reden dat niet is staande gehouden vermeld dat het voertuig bij de ambtenaar vandaan reed richting De Lind.
4. Voorts bevindt zich in het dossier een aanvullend proces-verbaal d.d. 12 december 2018, waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:
“Op 8 december 2017 omstreeks 13:26 bevond ik mij in uniform gekleed en met de handhaving belast op De Lind te Oisterwijk. Ik zag toen daar het voertuig met kenteken [kenteken] door de tijdelijke geslotenverklaring rijden, aangegeven met een bord C1. Ik zag namelijk dat het voertuig de geslotenverklaring negeerde zonder te stoppen. Het betrof een tijdelijke geslotenverklaring in verband met de jaarlijkse Winterglow. Dit is een evenement met een ijsbaan. Vanaf 4 december 2017 is De Lind voor het gemeentehuis afgesloten voor verkeer aangegeven met bord C1.”
5. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
6. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat hij de bestuurder niet staande heeft kunnen houden, omdat het voertuig bij hem vandaan reed. Naar het oordeel van het hof is dit op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat er geen reële mogelijkheid is geweest tot staandehouding van de bestuurder. Zonder verdere verklaring valt niet in te zien waarom de ambtenaar de bestuurder niet tot stoppen heeft kunnen manen of heeft kunnen volgen om hem vervolgens staande te houden. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt namelijk niet waar op De Lind hij zich precies bevond, hoever hij daarbij verwijderd was van de locatie van de gedraging en of hij zich te voet dan wel in een voertuig bevond. Aldus moet het ervoor worden gehouden dat ten onrechte toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van Pro de Wahv door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Aan die onjuiste toepassing verbindt het hof de consequentie dat de inleidende beschikking moet worden vernietigd. Het hof zal beslissen als hierna te melden.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, de reactie op het aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.219,25 ((1 x € 541,- x 0,5) + (2,5 x € 759,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.219,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.