ECLI:NL:GHARL:2022:7532
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie voor doorrijden bij rood licht ondanks heimelijke politieopdracht
De betrokkene kreeg een sanctie van €240 opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 28 april 2020 in Amsterdam. De betrokkene voerde aan dat de ambtenaar geen direct zicht had op het verkeerslicht en dat het verklikkerlicht niet aanwezig was, waardoor de overtreding niet vastgesteld kon worden. Het hof oordeelde dat de foto's van de betrokkene onvoldoende waren en bevestigde dat het verkeerslicht rood was op het moment van passeren.
Verder stelde de betrokkene dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd, omdat de ambtenaar de bestuurder had kunnen staande houden. De ambtenaar was echter in burgerkleding en reed in een onopvallende auto met een heimelijke opdracht, waardoor een staandehouding het onderzoek in gevaar had kunnen brengen. Het hof vond deze reden voldoende en oordeelde dat de sanctie terecht aan de kentekenhouder was opgelegd volgens artikel 5 Wahv Pro.
Ten slotte werd het verzoek om toekenning van een dwangsom afgewezen, omdat de officier van justitie binnen twee weken na ingebrekestelling op het administratief beroep had beslist. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter.
Uitkomst: De sanctie van €240 voor doorrijden bij rood licht wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.