ECLI:NL:GHARL:2022:7642
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet stellen zekerheid bij verkeersboete
De betrokkene, woonachtig in Polen, stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een snelheidsovertreding. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet de vereiste zekerheid had gesteld voor betaling van de sanctie.
De betrokkene en zijn gemachtigde voerden aan dat de processtukken niet in een voor hem begrijpelijke taal (Pools) waren verstrekt, maar slechts deels in het Duits. Het hof oordeelde echter dat de officier van justitie voldeed aan zijn verplichting door Duitse vertalingen te sturen, aangezien de betrokkene meermalen in het Duits had gecorrespondeerd en niet eerder had aangegeven dat hij uitsluitend Poolse stukken wenste.
De wettelijke verplichting tot zekerheidstelling op grond van artikel 11 Wahv Pro is een ontvankelijkheidseis, los van de vraag of de betrokkene de overtreding heeft begaan. Omdat de betrokkene niet binnen de gestelde termijn zekerheid stelde en dit niet aan omstandigheden buiten zijn schuld kan worden toegerekend, is het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en kan daarom de inhoudelijke bezwaren van de betrokkene niet beoordelen. De opgelegde sanctie van € 191,- wordt onherroepelijk. Tevens is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet stellen van zekerheid, waardoor de sanctie onherroepelijk is.