Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de vrouw tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland inzake partneralimentatie. Het huwelijk van partijen werd in 2019 ontbonden en in het convenant was een partneralimentatie van € 1.449,- per maand afgesproken. De rechtbank had de alimentatie met ingang van 8 maart 2021 op nihil gesteld en vanaf 1 augustus 2021 op € 537,- per maand.
De vrouw voerde vijf grieven aan die alle betrekking hadden op de draagkracht van de man. Het hof stelde vast dat er een relevante wijziging van omstandigheden was volgens artikel 1:401 lid 1 BW Pro, waardoor herbeoordeling van de alimentatie gerechtvaardigd was. De vrouw had een bruto behoefte van € 2.760,- per maand, maar het hof wees een hogere verdiencapaciteit af omdat zij zich voldoende inspande om haar inkomen te verhogen.
Het hof berekende de draagkracht van de man over drie periodes, rekening houdend met zijn gemiddelde jaarwinst, ontvangen uitkeringen, woonlastenvermindering door samenwonen, en verzekeringspremies. De man moest vanaf 8 maart 2021 respectievelijk € 868,-, € 1.578,- en € 1.204,- per maand aan partneralimentatie betalen. De ingangsdatum van 8 maart 2021 bleef gehandhaafd. De grieven van de vrouw werden gedeeltelijk toegewezen en de beschikking van de rechtbank werd vernietigd en gewijzigd.
Uitkomst: De partneralimentatie van de man wordt gewijzigd met ingang van 8 maart 2021 naar drie verschillende maandbedragen, variërend van € 868,- tot € 1.578,-.