Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak was verzoekster in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kantonrechter Noord-Nederland inzake schadevergoeding wegens slecht bewind. Verweerster, als bewindvoerder, had verweer gevoerd en verzocht om niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep en veroordeling in proceskosten.
Verzoekster heeft bij brief van haar advocaat het hoger beroep ingetrokken, waarmee zij de gronden van het hoger beroep niet handhaafde. Het hof verklaarde verzoekster daarop niet-ontvankelijk in haar verzoeken in hoger beroep.
Ten aanzien van de proceskostenveroordeling stelde verzoekster dat zij reeds in zeven soortgelijke zaken in de kosten was veroordeeld en dat het materieel om dezelfde rechtsvraag ging, waardoor kosten slechts eenmaal gemaakt zouden zijn. Verweerster handhaafde haar verzoek tot proceskostenveroordeling conform het liquidatietarief.
Het hof oordeelde dat de zaken juridisch nagenoeg identiek zijn, maar dat er zaakspecifieke werkzaamheden verricht moesten worden vanwege verschillen in betrokkenen en aard van vorderingen. Daarom stelde het hof de proceskosten aan de zijde van verweerster vast op een halve punt (€ 393,50). Het hof veroordeelde verzoekster in deze kosten en verklaarde de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten van verweerster tot € 393,50.