Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde een hoger beroep van Stichting verzoekster tegen een beschikking van de kantonrechter Noord-Nederland inzake schadevergoeding wegens slecht bewind. Verzoekster had het hoger beroep ingesteld maar trok dit bij brief van haar advocaat in, waardoor het hof haar niet-ontvankelijk verklaarde in haar verzoeken.
Verweerster, de bewindvoerder, verzocht om een proceskostenveroordeling. Verzoekster stelde dat zij reeds in zeven soortgelijke zaken in de kosten was veroordeeld en dat het materieel om één rechtsvraag ging, waardoor slechts één keer kosten waren gemaakt. Verweerster betoogde dat het om individuele zaken ging met eigen processtukken en dat het liquidatietarief per proceshandeling een redelijke vergoeding garandeert.
Het hof oordeelde dat de zaken juridisch nagenoeg identiek zijn maar verschillen in persoon en vorderingen, waardoor per zaak specifieke werkzaamheden nodig waren. Daarom wees het hof de proceskostenveroordeling toe aan verweerster, begroot op een halve punt volgens het liquidatietarief (€393,50). De procedurekosten in eerste aanleg waren nihil omdat het een ambtshalve beschikking betrof.
Het hof verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk in het hoger beroep, veroordeelde haar in de proceskosten van verweerster en wees het meer of anders verzochte af. De beschikking is op 1 september 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten van verweerster ad €393,50.