Deze civiele procedure betreft een geschil over de betaling van het restantbedrag van facturen voor asbestsanering die appellant in opdracht van geïntimeerde heeft uitgevoerd. Geïntimeerde weigerde dit bedrag te betalen, stellende dat te veel asbesthoudende grond was afgevoerd en dat onnodig bouwmaterialen als asbesthoudend waren afgevoerd.
De rechtbank wees de vorderingen af op basis van een deskundigenrapport dat stelde dat er meer dan de toegestane 5 cm grond was afgegraven, wat zou leiden tot onredelijke kosten. Appellant stelde tegenbewijs door een contra-expertise van een andere deskundige die de bevindingen van de rechtbank betwistte.
Het hof oordeelde dat er geen richtprijs was overeengekomen en dat de door appellant gehanteerde eindfactuur niet onredelijk was. De contra-expertise werd als goed onderbouwd en overtuigend beschouwd, terwijl geïntimeerde onvoldoende gemotiveerd had betwist. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van appellant alsnog toe, inclusief proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen onderbouwing van stellingen en het gewicht van deskundigenrapporten in geschillen over saneringskosten en redelijkheid van facturen.