ECLI:NL:GHARL:2022:7777

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 september 2022
Publicatiedatum
9 september 2022
Zaaknummer
Wahv 200.302.268/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 RVV 1990Art. 3, tweede lid Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens onvoldoende afstand houden bij 70 km/u

Betrokkene werd bij beschikking een sanctie van €280 opgelegd wegens onvoldoende afstand houden bij een snelheid tot 80 km/u op 27 augustus 2020 in de Spoortunnel te 's-Gravenhage. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

De gemachtigde voerde aan dat de overtreding onvoldoende was onderbouwd, omdat de verklaring van de ambtenaar slechts de termen 'dicht op mij' en 'kleven' bevatte. Het hof oordeelde echter dat op grond van het dossier, waaronder een aanvullend procesverbaal, voldoende vaststond dat betrokkene op 2 à 3 meter afstand reed, waardoor hij niet in staat was tijdig te stoppen.

Het hof bevestigde daarom het vonnis van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De overtreding betreft een schending van artikel 19 RVV Pro 1990, dat vereist dat een bestuurder zijn voertuig binnen de zicht- en vrije afstand tot stilstand kan brengen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de kantonrechter en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.302.268/01
CJIB-nummer
: 236053502
Uitspraak d.d.
: 9 september 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 5 augustus 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “niet voldoende afstand houden, snelheid tot en met 80 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 augustus 2020 om 12:41 uur op de locatie Spoortunnel, N14, in ʼs-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken1] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging onvoldoende kan worden gebaseerd op de verklaring van de ambtenaar. De enkele vermelding ‘dicht op mij’ en ‘kleven’ is onvoldoende om vast te stellen dat artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) is overtreden.
3. De gedraging betreft een overtreding van artikel 19 van Pro het RVV 1990. Hierin is bepaald dat een bestuurder in staat moet zijn zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat genoemde voertuig met hoge snelheid mij naderde. Ik, verbalisant, was op dat moment bezig een voertuig in te halen. Op een gegeven moment zat het hiervoor genoemde voertuig achter mij te kleven. Ik verdacht, zag en bemerkte dat het voertuig zeer dicht achter mij zat. Ik manoeuvreerde vervolgens naar de rechterrijbaan. Hierop gaf het voertuig maximaal plankgas.
Verklaring betrokkene: Ik had haast en had het niet in de gaten.”
6. Het dossier bevat daarnaast een door de advocaat-generaal overgelegd aanvullend procesverbaal van 9 maart 2022. Hierin verklaart de ambtenaar, voor zover van belang, het volgende:
“Op donderdag 27 augustus 2020 bevond ik mij, verbalisant, in een onopvallend politievoertuig, voorzien van het kenteken [kenteken2] , op het Hubertusviaduct, Spoortunnel, komende vanuit de richting van de Plesmanweg en gaande in de richting van de N44 (Van der Valk hotel).
De Spoortunnel (Landscheidingsweg) betrof een weg waar je maximaal niet harder mag dan 70 km/h. Deze maximumsnelheid geldt voor een weg binnen de bebouwde kom met een verkeersfunctie. Ik, verbalisant, zag in mijn binnenspiegel, een zwarte personenauto van het merk BMW, voorzien van het kenteken [kenteken1] , mij met hoge snelheid naderen. Ik, verbalisant, zag dat de voorruit en de bestuurder van het voertuig duidelijk zichtbaar waren. Ik, verbalisant, schat dat de afstand tussen mijn voertuig en de zwarte BMW niet meer kan zijn dan 2 à 3 meter. Ik, verbalisant, zag dat (het hof voegt toe: de bestuurder van) de zwarte BMW zijn voertuig naar links stuurde, omdat hij mij wilde inhalen. Hierna manoeuvreerde ik mijn voertuig naar de rechter rijbaan van de weg. Ik, verbalisant, zag dat de zwarte BMW vervolgens met hoge snelheid mij passeerde. Direct hierna zette ik, verbalisant, de achtervolging in.
Door de snelheid en de afstand van nog geen 2 à 3 meter was de betrokkene onmogelijk in staat om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarbinnen de betrokkene de weg kon overzien van tijdig kon stoppen. Volgens de regelgeving betrof de snelheid 70 km/h en diende een stopafstand van 24,5 meter in acht te worden genomen. Bij een afstand van minder dan 24 meter was bestuurder nooit in staat geweest om zijn zwarte BMW tijdig tot stilstand te brengen.”
7. Gelet op de gereden snelheid en in aanmerking genomen dat de afstand tussen het voertuig van de betrokkene en het voertuig van de ambtenaar nog geen 2 à 3 meter was, kan genoegzaam worden vastgesteld dat de betrokkene niet in staat was zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was. De kantonrechter heeft dan ook terecht geoordeeld dat de gedraging is verricht.
8. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.