ECLI:NL:GHARL:2022:7929

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 september 2022
Publicatiedatum
15 september 2022
Zaaknummer
21-001145-21
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ISD-maatregel na bedreiging met misdrijf tegen het leven

De verdachte werd door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd en de gronden aangevuld. Bij de beoordeling heeft het hof onder meer het reclasseringsadvies van 28 juni 2022 betrokken, waarin wordt gesteld dat een onvoorwaardelijke ISD-maatregel het meest passend is om langdurige ondersteuning te bieden. De reclassering constateert dat de verdachte ondanks detentie blijft terughoudend is ten aanzien van hulpverlening en dat het risico op recidive en het onttrekken aan voorwaarden hoog is.

De verdediging verzocht om de tijd in voorlopige hechtenis in mindering te brengen op de ISD-maatregel of om de duur van de maatregel te beperken tot één jaar. Het hof wees deze verzoeken af, omdat voldoende tijd nodig is om de maatregel effectief uit te voeren en de samenleving te beschermen. Het hof verwacht dat de extramurale fase spoedig zal aanvangen, gezien de lange voorlopige hechtenis van de verdachte.

De uitspraak werd op 14 september 2022 door het hof te Zwolle uitgesproken en bevestigt het vonnis van de rechtbank met aanvullende motivering.

Uitkomst: Het hof bevestigt de ISD-maatregel van twee jaar zonder vermindering van de duur.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001145-21
Uitspraak d.d.: 14 september 2022
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 4 maart 2021 met parketnummer 08-306329-20 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, parketnummers 08-082797-20, 08-044561-20, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
thans verblijvende in [verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 7 april 2022 en 31 augustus 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. D.M. Penn, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 4 maart 2021, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van 2 jaren en de vorderingen strekkende tot de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf afgewezen.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en op goede gronden heeft beslist. Het hof zal het vonnis echter bevestigen met aanvulling van de gronden. Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft mede acht geslagen op het meest recente reclasseringsadvies van 28 juni 2022. Hieruit blijkt dat de reclassering van mening is dat een onvoorwaardelijke ISD-maatregel het meest passende kader is om verdachte langdurig de nodige ondersteuning te kunnen bieden. Dit is in een vrijwillig kader en in het kader van voorwaardelijke straffen niet mogelijk gebleken. De reclassering vindt dat zijn huidige detentie verdachte stabieler en rustiger heeft gemaakt, maar dat hij zich toch blijft verzetten tegen hulpverlening. Het risico op recidive, letselschade en het onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog. Verdachte heeft daarnaast geen zicht op huisvesting, werk of dagbesteding. Ook is er sprake van schulden en beschikt verdachte niet over een sociaal netwerk.
Door de verdediging is het verzoek gedaan om de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering te brengen op de duur van de ISD-maatregel. Het hof acht het van belang dat er voldoende tijd is om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen om de bescherming van de samenleving te optimaliseren en alle kansen te geven aan de behandeling van verdachte, waaronder het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek. Het hof zal daarom het verzoek van de verdediging niet volgen, evenmin als het (meer) subsidiaire verzoek de duur van de ISD-maatregel te beperken tot de duur van één jaar. Het hof merkt op dat de reclassering blijkens haar rapportage voornemens is zo snel mogelijk te starten met de extramurale fase, aangezien verdachte zich al zo lang in voorlopige hechtenis bevindt en het hof gaat ervan uit dat aan dit voornemen ook gevolg zal worden gegeven.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door
mr. K.J.C. Geeve, voorzitter,
mr. D. Visser en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.M.G. van der Lee, griffier,
en op 14 september 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.