Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is met de kinderen verhuisd naar een andere woonplaats en heeft hiervoor vervangende toestemming gevraagd. De rechtbank verleende deze toestemming en wijzigde de zorgregeling. De vader ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de noodzaak van de verhuizing onvoldoende was onderbouwd en dat de belangen van de kinderen onvoldoende waren meegewogen.
Het hof overwoog dat hoewel de moeder de noodzaak van de verhuizing niet volledig heeft aangetoond, de feitelijke situatie waarin de moeder en kinderen al verhuisd zijn, zwaar weegt. Terugverhuizing zou niet in het belang van de kinderen zijn. Het hof nam diverse belangen mee, zoals de zorgregeling, het contact met de vader, de schoolkeuze en de mate van voorbereiding op de verhuizing.
De zorgregeling is aangepast zodat de kinderen drie weekenden per maand bij de vader verblijven, met de moeder die de kinderen brengt en haalt. De vader draagt zijn eigen kosten en het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats bij hem is afgewezen. Het hof adviseert de ouders om hun communicatie te verbeteren en eventueel een hulpverlenings- of bemiddelingstraject te volgen.
De bestreden beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming voor verhuizing en de gewijzigde zorgregeling, en wijst het verzoek van de vader tot wijziging van hoofdverblijfplaats af.