Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep in drie zaken,
regio Noord Nederland, locatie Groningen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft hoger beroep tegen drie beschikkingen van de kinderrechter inzake de uithuisplaatsing van een minderjarige. De moeder heeft de machtigingen tot spoed- en reguliere uithuisplaatsing aangevochten. De gecertificeerde instelling (GI) en de vader stonden tegenover haar.
De feiten tonen een complexe gezinssituatie met een minderjarige die gedragsproblemen vertoont door de strijd tussen ouders en een instabiele opvoedingssituatie. De minderjarige stond sinds 2020 onder toezicht van de GI. In 2022 werd hij met spoed uit huis geplaatst, waarna machtigingen tot uithuisplaatsing werden verleend en verlengd.
Het hof oordeelt dat de spoedmachtiging onterecht was verleend omdat het gevaar niet onmiddellijk en ernstig genoeg was aangetoond. Ook acht het hof de reguliere machtiging disproportioneel, mede omdat de vader in staat wordt geacht voor de minderjarige te zorgen en andere hulpverlening mogelijk was. De verzoeken van de GI worden afgewezen, de beschikkingen vernietigd en de uithuisplaatsing wordt beëindigd per 1 oktober 2022.
Het hof benadrukt het belang van samenwerking tussen ouders in het belang van de minderjarige en wijst het verzoek tot wijziging naar een 24-uursvoorziening af wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: De bestreden beschikkingen tot spoed- en reguliere uithuisplaatsing worden vernietigd en de verzoeken van de gecertificeerde instelling afgewezen wegens disproportionaliteit.