ECLI:NL:GHARL:2022:8059

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 september 2022
Publicatiedatum
20 september 2022
Zaaknummer
Wahv 200.302.248/01, 200.302.251/01 en 200.302.252/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen administratieve sancties voor verkeersovertredingen met toepassing generalis-specialisverhouding

De betrokkene kreeg drie administratieve sancties opgelegd voor verkeershandelingen op 23 mei 2020 op de Burgemeester Postweg in Landsmeer: stilstaan op het trottoir, gevaar veroorzaken door verkeerd parkeren, en stilstaan binnen 5 meter van een oversteekplaats. De kantonrechter verklaarde de beroepen ongegrond.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat het opleggen van drie sancties binnen vijftien minuten overdreven was en dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was geweest. De ambtenaar verklaarde dat de bestuurder wegreed bij het zien van de handhavers en meerdere overtredingen op dezelfde gedraging van toepassing waren.

Het hof oordeelde dat de sancties terecht aan de kentekenhouder waren opgelegd omdat geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Wel stelde het hof dat twee sancties (voor gevaarlijk parkeren en stilstaan nabij oversteekplaats) op dezelfde gedraging berustten en dat een generalis-specialisverhouding bestond. Daarom werd de sanctie voor gevaarlijk parkeren op nihil gesteld. De overige sancties bleven in stand. Proceskosten werden deels toegewezen.

Uitkomst: Het hof stelde één van de drie administratieve sancties op nihil vanwege een generalis-specialisverhouding en bevestigde de overige sancties.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummers
: Wahv 200.302.248/01, 200.302.251/01 en 200.302.252/01
CJIBnummers
: 234334170, 234334198 en 234334167
Uitspraak d.d.
: 20 september 2022
Arrestop de hoger beroepen inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissingen van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 31 augustus 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissingen van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie ongegrond verklaard. De verzoeken om vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over het bedrag van de betaalde zekerheidstelling is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissingen van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen verweerschriften in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 234334198 een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd ter zake van “stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) (R315B)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 mei 2020 om 19:46 uur op de Burgemeester Postweg in Landsmeer met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Tevens is aan de betrokkene als kentekenhouder bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 234334167 een administratieve sanctie van € 140,- voor: “voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd (R395)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 mei 2020 om 19:49 uur op de Burgemeester Postweg in Landsmeer met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
3. Verder is aan de betrokkene als kentekenhouder bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 234334170 een administratieve sanctie van € 95,- voor: “een voertuig op of binnen 5 meter van een oversteekplaats laten stilstaan (R396D)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 mei 2020 om 19:51 uur op de Burgemeester Postweg in Landsmeer met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
4. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene geen kwade bedoeling heeft gehad met het rijden en kijken of zijn vrouw klaar was bij de pinautomaat. Om hier binnen vijftien minuten drie beschikkingen voor op te leggen, is zwaar overdreven, mede gelet op het totaalbedrag van de sancties. Er was daarnaast sprake van een reële mogelijk tot staandehouding. De gemachtigde klaagt er verder nog over dat de ambtenaar geen inhoudelijk antwoord heeft gegeven op de vraag of beide beschikkingen met feitcode R395 en R396D wel in stand moeten blijven.
5. Over de redenen waarom de ambtenaar de bestuurder niet heeft staandegehouden heeft de ambtenaar in de zaakoverzichten het volgende verklaard:
“Ik zag dat het voertuig met 4 wielen geparkeerd stond op het trottoir c.q. voetpad. Ik zag dat betrokkene stond te wachten op een persoon bij de pinautomaat. Ik zag dat betrokkene wegreed op het moment dat hij mij en mijn collega zag. Ik zag echter ook dat betrokkene geen parkeerplek ging zoeken, maar rondjes bleef rijden om ons te slim af te willen zijn. Ik zag dat hij even later op dezelfde plek bleef staan op de rijbaan waarbij hij ernstig hinder voor het overige verkeer veroorzaakte. Ik zag dat hij binnen 5 meter van het zebrapad stilstond. Ik zag ook nu betrokkene wederom wegrijden toen hij mij en mijn collega zag.”
6. De dossiers bevatten een aanvullende verklaring waarin de ambtenaar reageert op het verweer van de betrokkene en een reactie geeft op de vraag van de officier van justitie waarom het lijkt alsof de beschikkingen voor feitcodes R395 + R396D gezien worden als één gedraging/waarneming en niet als twee op zichzelf staande waarnemingen. De ambtenaar schrijft dat op één gedraging meerdere feitcodes van toepassing kunnen zijn en dat het conform de richtlijn is toegestaan om drie overtredingen tegelijkertijd te bekeuren. De ambtenaar concludeert dat feitcode R395 en R315B gehandhaafd moeten blijven. Het hof stelt, zoals de gemachtigde ook heeft geconstateerd, vast dat de ambtenaar derhalve geen antwoord op de vraag van de officier van justitie heeft gegeven.
7. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
8. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat er geen staandehouding is verricht, omdat de bestuurder snel wegreed uit de richting van de ambtenaren. Hieruit volgt naar het oordeel van het hof genoegzaam dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Aldus zijn de sancties terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
9. Gelet op de informatie in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene het verrichten van de onderhavige gedragingen niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedragingen zijn verricht. Het verweer van de gemachtigde stelt aan de orde of er in dit geval aanleiding om de sanctie(s) achterwege te laten of het bedrag van de sanctie(s) te matigen. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen daartoe aanleiding geven.
10. Naar het oordeel van het hof is in dit geval ten aanzien van de opgelegde sanctie met CJIB-nummer 234334170 en 234334167 sprake van bijzondere omstandigheden. De verklaring van de ambtenaar in de zaakoverzichten in acht nemende, houdt het hof het ervoor dat deze twee sancties zijn opgelegd naar aanleiding van dezelfde handeling. Het hof acht het opleggen van twee sancties in de gegeven omstandigheden niet billijk en ziet hierin aanleiding om in dit specifieke geval het bedrag van de sanctie met CJIB-nummer 234334167 op nihil te stellen. Het hof overweegt daartoe dat tussen beide feitcodes een generalis-specialisverhouding bestaat en dat, gelet op de omstandigheden van dit geval, dient te worden gekozen voor de specifieke feitcode (R396D).
11. Ten aanzien van de opgelegde sanctie met CJIB-nummer 234334198 bestaat geen aanleiding om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
12. De proceskosten in de zaak met registratienummer Wahv 200.302.252 komen voor vergoeding in aanmerking. Het hof stelt vast dat de betrokkene zelf administratief beroep heeft ingesteld. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 759,-.
13. Gelet op het voorgaande beslist het hof als volgt.

De beslissing

Het gerechtshof:
ten aanzien van de zaak met het registratienummer Wahv 200.302.252 (CJIB 234334167)
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking waarbij onder CJIB-nummer 234334167 de administratieve sanctie is opgelegd in zoverre, dat het bedrag van de aan de betrokkene opgelegde sanctie wordt vastgesteld op nihil;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene in deze zaak tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 759,-;
ten aanzien van de zaken met de registratienummers Wahv 200.302.248 en 200.302.251
(CJIB 234334170 en 234334198)
bevestigt de beslissingen van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten in deze zaken af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.