Het hof behandelt het hoger beroep van verzoeker tegen de beschikking van de kinderrechter die een machtiging voor gesloten jeugdhulp verleende. Verzoeker is op 15 juni 2022 meerderjarig geworden, maar het college van burgemeester en wethouders verzocht om verlenging van de gesloten plaatsing vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen.
Verzoeker betwist de noodzaak van de gesloten plaatsing en stelt dat hij onvoldoende behandeling krijgt en zijn eigen keuzes wil maken. Het college stelt dat de gesloten plaatsing noodzakelijk is om te voorkomen dat verzoeker zich aan de hulpverlening onttrekt, mede gezien zijn gedrag en de problematiek binnen de gesloten setting.
Het hof stelt vast dat aan alle wettelijke vereisten voor de machtiging is voldaan en dat er geen nieuwe feiten zijn die tot een ander oordeel leiden. Gezien het ontbreken van een alternatief en de veiligheid van verzoeker acht het hof de gesloten plaatsing noodzakelijk en bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter.