Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland het gezag van de vader over de minderjarige beëindigd en aan de moeder toegekend. De vader stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het hof onderzocht of het hoger beroep tijdig was ingesteld. De vader werd eind april door de moeder geïnformeerd over de beschikking en de inhoud daarvan, waarmee hij op andere wijze bekend werd met de beschikking. Vanaf dat moment had hij drie maanden om hoger beroep in te stellen.
Omdat het beroepschrift pas op 16 augustus 2022 bij het hof binnenkwam, overschreed de vader deze termijn. Het hof verklaarde de vader daarom niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en in zijn verzoek tot schorsing, en kwam niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het geschil.
De moeder was niet verschenen bij de mondelinge behandeling, de raad voor de kinderbescherming was niet aanwezig, en het hof baseerde zich op de processtukken en verklaringen van partijen. De beslissing werd op 20 september 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en verzoek tot schorsing wegens het niet tijdig instellen van het hoger beroep.