ECLI:NL:GHARL:2022:8178

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 september 2022
Publicatiedatum
22 september 2022
Zaaknummer
Wahv 200.286.460/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen administratieve sanctie wegens geslotenverklaring zonder maandelijkse schouw

De betrokkene kreeg een sanctie van €140 opgelegd voor het overtreden van een geslotenverklaring op 9 oktober 2018 op De Binding in Koog aan de Zaan. De betrokkene voerde aan dat het bord niet op de foto stond en dat de vereiste maandelijkse schouw niet was uitgevoerd, zoals voorgeschreven in het beleidskader.

Het hof constateerde dat het dossier een schouwrapport van 30 september 2018 bevatte waarin de bebording correct werd bevestigd, maar het aanvullende proces-verbaal van 31 oktober 2018 geen schouwrapport was. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat er een maandelijkse schouw had plaatsgevonden.

Op basis hiervan vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie. Tevens werd de door de betrokkene gestelde zekerheid gerestitueerd en werd de advocaat-generaal veroordeeld tot het betalen van proceskosten van €1.164,75.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de sanctiebeslissing wegens het ontbreken van bewijs van maandelijkse schouw en veroordeelt de advocaat-generaal tot het betalen van proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.286.460/01
CJIB-nummer
: 222875126
Uitspraak d.d.
: 22 september 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 15 september 2020, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft geen verweerschrift ingediend.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “handelen in strijd met geslotenverklaring in beide richtingen weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde categorie voertuigen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 oktober 2018 om 08.20 uur op De Binding in Koog aan de Zaan met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat het betreffende bord niet op de foto van de gedraging staat en er daarom minimaal een maandelijkse schouw moet worden uitgevoerd. Nu de schouwrapporten dateren van 30 september 2018 en 31 oktober 2018, is geen sprake van een maandelijkse schouw zoals vereist door het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden.
3. Het hof stelt vast dat op de foto van de gedraging geen bebording is te zien. In het dossier bevindt zich een aanvullend proces-verbaal, waarin een ambtenaar verklaart op 30 september 2018 een schouw te hebben uitgevoerd op De Binding in Zaandam. De bebording is gecontroleerd en was aanwezig en juist geplaatst. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 31 oktober 2018 van dezelfde ambtenaar. In dat proces-verbaal verklaart zij over een aantal zaken die haar ambtshalve bekend zijn, maar niet dat een schouw is uitgevoerd. Dit aanvullend proces-verbaal valt dan ook niet als een schouwrapport aan te merken. Dit betekent dat reeds daarom niet is vast te stellen of sprake is geweest van een maandelijkse schouw (vgl. het arrest van het hof van 1 september 2022, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2022:7566).
4. Het voorgaande leidt tot onderstaande beslissing.
5. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter en een hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.164,75.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.164,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.