ECLI:NL:GHARL:2022:8179

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 september 2022
Publicatiedatum
22 september 2022
Zaaknummer
Wahv 200.293.903/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WahvArt. 9 Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie doorrijden rood verkeerslicht en vertrouwensbeginsel

De betrokkene kreeg een sanctie van €160 opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 15 juni 2020 in Amsterdam. De betrokkene voerde aan dat een ambtenaar had toegezegd het sanctiebedrag te halveren vanwege zijn minderjarigheid, wat het vertrouwensbeginsel zou schenden.

Het hof stelde vast dat de betrokkene op het moment van de overtreding zestien jaar was, waardoor de wettelijke halvering van het sanctiebedrag niet van toepassing was. Bovendien heeft een ambtenaar geen bevoegdheid om het sanctiebedrag te matigen; dit is exclusief voorbehouden aan de officier van justitie.

De betrokkene slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de ambtenaar een toezegging had gedaan tot halvering van het bedrag. De verklaring van de ambtenaar bevestigde dat een dergelijke toezegging niet was gedaan. Het hof verklaarde daarom het beroep tegen de sanctie ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Het gerechtshof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie, maar handhaafde de sanctie. Het arrest werd uitgesproken door mr. Van Schuijlenburg in Leeuwarden op 22 september 2022.

Uitkomst: Het beroep tegen de sanctie wordt ongegrond verklaard en de sanctie van €160 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.293.903/01
CJIB-nummer
: 234272836
Uitspraak d.d.
: 22 september 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 9 maart 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 28 juni 2022 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gronden van het beroep aangevuld.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Gelet op wat in het tussenarrest is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en ook die beslissing vernietigen. Ter beoordeling van het hof staat het beroep tegen de inleidende beschikking.
2. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 juni 2020 om 21:29 uur op de Stadhouderskade, ter hoogte van het Max Euweplein in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het vertrouwensbeginsel is geschonden. De ambtenaar heeft de betrokkene verzekerd dat het bedrag van de sanctie zou worden gehalveerd, omdat de betrokkene minderjarig was. De gemiddelde weggebruiker mag uitgaan van de uitlatingen van de ambtenaar. Er is sprake van een concrete, duidelijke en ondubbelzinnige toezegging of van een gedraging waarin zo’n toezegging in redelijkheid geacht kan worden besloten te liggen. Aan de betrokkene mocht daarom geen sanctie van € 160,- worden opgelegd.
4. In artikel 2, vierde lid, van de Wahv is bepaald dat de in het derde lid bedoelde geldsom voor personen die ten tijde van de gedraging nog geen zestien jaar oud waren, gehalveerd wordt. Het hof stelt vast dat de betrokkene ten tijde van de gedraging zestien jaar was en dat het sanctiebedrag dus niet op grond van dit artikel gehalveerd wordt.
5. De ambtenaar heeft niet de bevoegdheid om af te wijken van de krachtens artikel 2, derde lid, van de Wahv vastgestelde sanctiebedragen. Slechts de officier van justitie kan, gelet op artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv, in het kader van de beslissing op het administratief beroep, het door de regelgever vastgestelde sanctiebedrag matigen.
6. Het is aan (de gemachtigde van) de betrokkene om de feiten die hij aan het beroep op het vertrouwensbeginsel ten grondslag legt aannemelijk te maken. Daarin is hij niet geslaagd. De enkele stelling dat de ambtenaar de betrokkene zou hebben verzekerd dat het bedrag van de sanctie zou worden gehalveerd (omdat de betrokkene minderjarig was) is hiervoor onvoldoende. In het zaakoverzicht is hierover niets vermeld en in het aanvullend procesverbaal van 9 augustus 2022 verklaart de ambtenaar dat zij niet meer weet wat er twee jaar geleden is gezegd, maar dat zij zich niet kan voorstellen dat haar collega of zij dit beloofd zou hebben, omdat de betrokkene al 16 jaar was en een halvering van het sanctiebedrag daarom niet eens zou kunnen. Uit deze gegevens blijkt ook niet van een toezegging het sanctiebedrag te halveren.
7. Hetgeen is aangevoerd slaagt niet. Het hof zal het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaren. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.