ECLI:NL:GHARL:2022:8181

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 september 2022
Publicatiedatum
22 september 2022
Zaaknummer
Wahv 200.298.959/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen boete vasthouden mobiel elektronisch apparaat tijdens rijden

De betrokkene kreeg een boete van €240,- opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A67 in Geldrop op 28 oktober 2019. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft dit vonnis vernietigd.

De gemachtigde van de betrokkene stelde dat uit de verklaring van de ambtenaar niet blijkt dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel apparaat vasthield. Ook werd aangevoerd dat de betrokkene stil stond bij een verkeerslicht en daar het apparaat vasthield om een opdracht te bekijken. Het dossier bevatte onvoldoende bewijs om de gedraging vast te stellen, mede doordat een aanvullend proces-verbaal niet kon worden opgesteld omdat de betrokken ambtenaar niet meer werkzaam was.

Het hof oordeelde dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven vanwege gebrek aan bewijs. Het beroep van de betrokkene wordt gegrond verklaard, de boete en beslissing van de officier van justitie worden vernietigd en de advocaat-generaal wordt veroordeeld tot het betalen van proceskosten van €1.164,75.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de boete wegens onvoldoende bewijs en veroordeelt de advocaat-generaal tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.298.959/01
CJIB-nummer
: 229595566
Uitspraak d.d.
: 22 september 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant van 8 juni 2021, betreffende
[de betrokkene](hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van €240,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 oktober 2019 om 09:19 uur op de Rijksweg 67 (A67) in Geldrop met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde stelt dat de kantonrechter ten onrechte heeft vastgesteld dat de gedraging is verricht. Daartoe voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de betrokkene een mobiel elektronisch apparaat in zijn hand had. Dit volgt niet uit de verklaring en ook volgt hieruit niet dat dit tijdens het rijden is geweest. In de verklaring die de betrokkene bij staandehouding heeft afgelegd, inhoudende dat hij bij [naam1] werkt en een opdracht binnenkreeg, kan niet worden gelezen dat de betrokkene de gedraging heeft erkend. Voorts heeft de kantonrechter ten onrechte overwogen dat de betrokkene niet kon stilstaan voor het verkeerslicht omdat de gedraging plaatsvond op de snelweg. De betrokkene heeft de afslag genomen, daarna bij het verkeerslicht stilgestaan en daar zijn scanner vastgehouden om te kijken naar de opdracht die binnenkwam.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: elektronisch apparaat rechterhand.
Aan betrokkene is de cautie verleend. (…)
Verklaring betrokkene: Ik kreeg een opdracht binnen. Ik werk als bezorger bij [naam1] ”.
4. Uit het dossier blijkt dat de officier van justitie bij schrijven van 14 januari 2020 heeft verzocht om een aanvullend proces-verbaal, waarin wordt ingegaan op de door de gemachtigde aangevoerde gronden. Uit een in het dossier zich bevindende handgeschreven notitie blijkt dat dit niet is gelukt, omdat de betrokken ambtenaar niet meer werkzaam is bij de politie.
5. Hetgeen in het zaakoverzicht is opgenomen, is onvoldoende voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. In het bijzonder blijkt daaruit niet dat de bestuurder van het voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield. De inleidende beschikking kan daarom niet in stand blijven. Het hof zal als volgt beslissen.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van
€ 1.164,75 (= (1,5 x € 541,- x 0,5) + (2 x € 759,- x 0,5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.164,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.