ECLI:NL:GHARL:2022:8184
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende concreet gevaar of hinder door geparkeerd voertuig
De betrokkene werd gesanctioneerd voor het parkeren van een voertuig op een wijze die gevaar of hinder voor het verkeer zou veroorzaken op de Sam van Houtenstraat te Amsterdam. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof constateerde dat de kantonrechter een procedurefout maakte door niet de beslissing van de officier van justitie te vernietigen.
Het hof oordeelde dat de ambtenaar onvoldoende concreet had aangegeven op welke wijze het voertuig gevaar of hinder veroorzaakte. De enkele vermelding dat de doorgang kon worden geblokkeerd, zonder nadere toelichting of foto, was onvoldoende om de overtreding vast te stellen. Hierdoor kon de sanctiebeschikking niet in stand blijven.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de door de betrokkene gestelde zekerheid wordt gerestitueerd. Tevens veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene ad € 1.029,50.
De overige bezwaren van de betrokkene behoefden geen bespreking meer vanwege het vernietigende oordeel van het hof.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende concreet bewijs van gevaar of hinder door het geparkeerde voertuig.