De betrokkene kreeg een sanctie van €140 opgelegd voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring op de Donaulaan in Purmerend, waarbij een weg was bestemd voor een specifieke categorie voertuigen, namelijk lijnbussen. De gemachtigde voerde aan dat de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) niet bevoegd was de sanctie op te leggen omdat de geslotenverklaring niet was ingesteld met het doel leefbaarheid, overlastbestrijding of milieubescherming.
Het hof oordeelde dat de bevoegdheid van de boa uitgangspunt is en dat de betwisting onvoldoende onderbouwd was om dit te weerleggen. Vervolgens werd betwist of de juiste feitcode was toegepast: feitcode R550b is bedoeld voor doelgroepenstroken op snelwegen, terwijl de overtreding plaatsvond binnen de bebouwde kom. Het hof concludeerde dat beide feitcodes kunnen worden toegepast bij geslotenverklaringen die zijn uitgezonderd voor specifieke categorieën voertuigen, ongeacht locatie.
De advocaat-generaal stelde voor de feitcode te wijzigen naar R550a met een lagere sanctie van €95, hetgeen het hof volgde. Daarnaast werd de betrokkene in het gelijk gesteld omtrent de proceskosten, en werd het openbaar ministerie veroordeeld tot vergoeding van €1.232,38 aan proceskosten. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.