Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verzoekster](de moeder),
verzoekers in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak over personen- en familierecht stond de vraag centraal of een volledige uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen gerechtvaardigd was. De kinderen stonden sinds 2019 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) vanwege zorgen over hun opvoedingssituatie en huiselijk geweld tussen de ouders. Eerder was een gedeeltelijke uithuisplaatsing voor de weekenden toegekend, maar deze werd niet uitgevoerd wegens gebrek aan een passend pleeggezin.
De vader en moeder, die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen maar apart wonen, voerden hoger beroep tegen de machtiging tot uithuisplaatsing. Het hof verklaarde het beroep van de vader niet-ontvankelijk en oordeelde dat er onvoldoende nieuwe feiten of verergerde zorgen waren die een volledige uithuisplaatsing rechtvaardigen. De bestaande problematiek en hulpverlening werden erkend, maar de vader toonde zich bereid tot verdere hulp en verbetering van de thuissituatie.
Het hof benadrukte dat uithuisplaatsing een ultimum remedium is en dat de situatie kwetsbaar blijft, maar dat met gerichte hulpverlening en aandacht voor cultuurverschillen verbetering mogelijk is. De beschikking tot uithuisplaatsing werd slechts voor de periode na 6 oktober 2022 vernietigd, waarbij praktische overwegingen voor terugkeer naar de vader werden meegewogen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot volledige uithuisplaatsing af wegens onvoldoende nieuwe zorgen en vernietigt de machtiging slechts voor de periode na 6 oktober 2022.