ECLI:NL:GHARL:2022:8395
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.W. van Zuijlen
- O.G. Schuur
- M.B.T.G. Steeghs
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen brandstichting wegens onvoldoende nauwe en bewuste samenwerking
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke brandstichting met levensgevaar, waarbij een matras in een berging in brand werd gestoken. Het hof vernietigt dit vonnis en doet opnieuw recht.
Uit het dossier blijkt dat de medeverdachte de matras met zijn eigen aansteker heeft aangestoken, terwijl verdachte de code kende van de berging en eerder een gat in de matras had gebrand. De medeverdachte verklaarde dat het idee van verdachte kwam, maar dat hij zelf de aansteker gebruikte en niet bang was om te weigeren. Verdachte verklaarde juist dat hij probeerde te voorkomen dat de medeverdachte kattenkwaad zou uithalen.
Het hof overweegt dat medeplegen vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met een materiële of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht. Dit is in deze zaak niet komen vast te staan. De bijdrage van verdachte was onvoldoende en er was geen gezamenlijke uitvoering. Daarom spreekt het hof verdachte vrij van het tenlastegelegde medeplegen van brandstichting.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen brandstichting wegens onvoldoende bewijs van nauwe en bewuste samenwerking.