Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
Situatie ter plaatse:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 14 km/u binnen de bebouwde kom op 31 januari 2020. Hij voerde verweren aan over het niet naleven van de CROW 96B-richtlijn, de afstand tussen het snelheidsbord en de meetplaats, en de zichtbaarheid van de bebording. Ook verwees hij naar een eerdere strafbeschikking waarbij een vergelijkbare overtreding werd vrijgesproken vanwege twijfel over de aanwezigheid van bebording.
Het hof oordeelde dat de CROW-richtlijn niet bindend is voor individuele weggebruikers en dat bij werk in uitvoering geen verkeersbesluit vereist is voor de bebording. De meetplaats werd vastgesteld op de locatie waar het voertuig werd geflitst, nabij het Van Heerbeeck College. De minimale afstand van 80 meter tussen het bord en de meetplaats was volgens het hof in acht genomen. De zichtbaarheid van de bebording was voldoende, mede door de geringe aanrijsnelheid.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de zaak van de betrokkene niet vergelijkbaar was met de eerder vrijgesproken zaak. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €174,- voor snelheidsovertreding en wijst de verweren af.