ECLI:NL:GHARL:2022:8603
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken schriftelijke ontnemingsvordering
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland waarin een bedrag van € 10.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel was vastgesteld en ontnomen. De betrokkene was bij verstek veroordeeld en opgeroepen voor de zitting van 13 september 2018, waarvan hij op de hoogte was gesteld.
De verdediging stelde dat de ontnemingsvordering nietig was vanwege het ontbreken van de betekening van de vordering in het dossier en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was omdat het recht op een eerlijk proces was geschonden. Het hof oordeelde dat de betekening rechtsgeldig was en dat de betrokkene op de hoogte was van de zitting.
Echter, het hof constateerde dat de schriftelijke inleidende vordering tot ontneming ontbrak in het dossier, ook bij de rechtbank zelf. Dit formele verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak. Daarom vernietigde het hof de bestreden beslissing en verwees de zaak terug naar de rechtbank Noord-Nederland voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van deze beslissing.
Uitkomst: De ontnemingsbeslissing wordt vernietigd wegens ontbreken van de schriftelijke vordering en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.