ECLI:NL:GHARL:2022:8647
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheer-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid
In een civiele procedure over partneralimentatie werd een wrakingsverzoek ingediend tegen raadsheer-commissaris mr. I.G.M.T. Weijers-van der Marck naar aanleiding van haar wijze van regievoering en vraagstelling tijdens een getuigenverhoor op 4 april 2022.
Verzoekster stelde dat de raadsheer-commissaris zich vooringenomen had getoond door verbaasde reacties, het afzwakken van antwoorden, het niet ingrijpen bij opmerkingen van de wederpartij en het toevoegen van bepaalde formuleringen in het proces-verbaal. Ook zou zij onvoldoende doorgevraagd hebben en twijfelde zij over het horen van een zesde getuige.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter vermoed wordt onpartijdig te zijn en dat dit vermoeden alleen door uitzonderlijke omstandigheden kan worden doorbroken. Uit de stukken en de zitting bleek geen sprake van zodanige omstandigheden. Het stellen van kritische vragen en het tonen van verbazing zijn geen aanwijzingen voor vooringenomenheid. Het toevoegen van nuancerende woorden in overleg met de getuige en het zorgvuldig behandelen van de verklaring werden als passend beoordeeld.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek niet ontvankelijk was en dat er geen objectieve rechtvaardiging bestond voor de vrees van vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheer-commissaris wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.