ECLI:NL:GHARL:2022:8693

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 oktober 2022
Publicatiedatum
11 oktober 2022
Zaaknummer
Wahv 200.289.209/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 AwbArt. 3, vierde lid, Wahv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens overtreding geslotenverklaring motorvoertuigen ondanks beleidskadergebrek

De betrokkene werd gesanctioneerd met een boete van €95 vanwege het rijden in een gebied gesloten voor alle motorvoertuigen op 14 juli 2019 in Leeuwarden. De betrokkene stelde in hoger beroep dat niet voldaan was aan het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen, omdat de schouwinformatie niet in een proces-verbaal was opgenomen en de foto’s onvoldoende bewijs boden van een recente schouw.

Het hof constateerde dat hoewel het beleidskader voorschrijft dat een maandelijkse schouw moet worden vastgelegd in een proces-verbaal, dit in deze zaak niet was gebeurd. Wel waren er brondocumenten met foto’s van schouwen op 10 juli en 1 augustus 2019, waarop de borden duidelijk zichtbaar en in orde waren bevonden.

Het hof oordeelde dat het ontbreken van een proces-verbaal een beleidsregel schendt, maar dat de betrokkene hierdoor niet is benadeeld en dat de inhoud van de schouw niet ter discussie staat. Daarom werd de sanctie gehandhaafd met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De sanctie van €95 wegens overtreding van de geslotenverklaring wordt bevestigd ondanks het ontbreken van een proces-verbaal van de schouw.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.289.209/01
CJIB-nummer
: 227382499
Uitspraak d.d.
: 11 oktober 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 20 november 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “handelen in strijd met geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: C12/20”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 juli 2019 om 16:34 uur op het Ruiterskwartier in Leeuwarden met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat onvoldoende gevolg is gegeven aan het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (het beleidskader). Op de foto van de gedraging is niet zowel het bord C12 als het voertuig te zien, daarom dient (maandelijks) een schouw te worden uitgevoerd. In het proces-verbaal bevindt zich nergens bewijs van het laatste schouwmoment. Zowel het schouwrapport als een logboek ontbreekt, waardoor onvoldoende is komen vast te staan dat de schouw daadwerkelijk is uitgevoerd in de maand voorafgaand aan het opleggen van de sanctie. Voor zover de officier van justitie van mening is dat de foto’s in het aanvullend proces-verbaal als een schouwrapport dienen te gelden, stelt de gemachtigde dat aan een schouwrapport tenminste de eis kan worden gesteld dat sprake is van een rapport, met een datum en een handtekening van de persoon die de schouw heeft uitgevoerd. Daarnaast is op deze wijze niet te verifiëren of de foto’s daadwerkelijk genomen zijn op de dag en tijd die in de marge van de foto’s zichtbaar zijn. Er zijn geen deugdelijke schouwrapporten overgelegd.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast is hierin vermeld dat de overtreding op geautomatiseerde wijze is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd door een camera die na het bord C12 is geplaatst. Daarnaast bevat het dossier een foto van de gedraging. Hierop is het voertuig van de betrokkene zichtbaar, maar niet het bord C12.
4. Het hof heeft in zijn arrest van 1 september 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:7566) overwogen dat de in het beleidskader ogenomen voorwaarde
" Indien camerasystemen in werking zijn waarop de borden niet zichtbaar zijn, dan zal een (minimaal) maandelijkse omgevingsschouw moeten plaatsvinden door een opsporingsambtenaar. Deze legt in een proces-verbaal vast dat de borden en de daarbij behorende onderborden juist zijn geplaatst"een beleidsregel betreft als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Wahv, die aangeeft
op welke wijze de gedraging moet kunnen worden vastgesteld, wil de ambtenaar van zijn bevoegdheid om een sanctie op te leggen gebruik mogen maken.
5. Het dossier bevat een ‘brondocument: waarneming’ van 10 juli 2019 en van 1 augustus 2019. Hierin wordt verklaard dat de situatie ‘verkeer, schouw bussluis’ op het Ruiterskwartier in Leeuwarden op beide momenten ‘ok’ is beoordeeld. Bijgevoegd zijn steeds vier foto’s van verschillende locaties waarop op alle foto’s een bord C12 (gesloten voor alle motorvoertuigen) is te zien met een onderbord met de tekst ‘uitgezonderd lijnbussen’. Deze foto’s zijn voorzien van datum, respectievelijk 10 juli 2019 en 1 augustus 2019, en tijdstip. Uit deze documenten, voorzien van foto’s, blijkt dat de bebording is geschouwd en in orde is bevonden.
6. Het hof stelt vast dat een en ander niet, zoals de beleidsregel voorschrijft, is vastgelegd in een (door een opsporingsambtenaar opgemaakt) proces-verbaal. Gelet hierop is deze beleidsregel geschonden. Het hof acht echter aannemelijk dat de betrokkene hierdoor niet is benadeeld. Dat de bevindingen van de schouw niet zijn vastgelegd in een proces-verbaal maakt niet dat aan de inhoud daarvan moet worden getwijfeld. Het hof zal daarom, met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, de inleidende beschikking in stand laten. De grond treft geen doel.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.