ECLI:NL:GHARL:2022:8700

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 oktober 2022
Publicatiedatum
11 oktober 2022
Zaaknummer
Wahv 200.303.816/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 13b lid 1 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep Wahv

De betrokkene had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een sanctiebeschikking op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Tijdens de procedure trok de betrokkene het hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een proceskostenvergoeding van de advocaat-generaal.

De gemachtigde van de betrokkene stelde dat de advocaat-generaal pas in hoger beroep een kalibratietabel had overgelegd, terwijl daar eerder om was gevraagd, waardoor de betrokkene onnodig moest procederen. De advocaat-generaal voerde aan dat de betrokkene niet in het gelijk was gesteld en dat er geen reden was af te wijken van het uitgangspunt dat geen proceskostenvergoeding wordt toegekend.

Het hof verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een proceskostenvergoeding in de regel wordt toegekend wanneer de sanctiebeschikking wordt vernietigd of gewijzigd. Nu de sanctiebeschikking ongewijzigd in stand bleef, was er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Het verzoek werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de sanctiebeschikking ongewijzigd bleef.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.303.816/01
CJIB-nummer
: 236502528
Uitspraak d.d.
: 11 oktober 2022
Beschikkingop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 3 november 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.
Bij e-mail van 24 mei 2022 heeft de gemachtigde van de betrokkene het hoger beroep ingetrokken en tegelijkertijd verzocht om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten van de betrokkene.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De beoordeling

1. In artikel 13b, eerste lid, van de Wahv, dat in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is verklaard, is bepaald dat als het beroep wordt ingetrokken omdat de advocaat-generaal geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, tegelijk met de intrekking van het beroep kan worden verzocht om veroordeling van de advocaat-generaal in de proceskosten.
2. De gemachtigde van de betrokkene heeft betoogd dat er aanleiding is voor toekenning van een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft pas in hoger beroep een kalibratietabel overgelegd, terwijl daar van meet af aan om is verzocht. Nu de betrokkene tot in hoger beroep heeft moeten procederen om het dossier gecompleteerd te krijgen, is het niet redelijk om de proceskosten voor rekening te laten komen van de betrokkene, aldus de gemachtigde.
3. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zodat in beginsel geen aanspraak bestaat op voor een proceskostenvergoeding. Van omstandigheden die rechtvaardigen dat van dat uitgangspunt wordt afgeweken, acht de advocaat-generaal niet gebleken.
4. In zijn arresten van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786, heeft het hof geoordeeld dat – kort gezegd – in de regel een rechtens te respecteren belang bestaat bij vergoeding van de redelijkerwijs gemaakte proceskosten, wanneer de inleidende beschikking wordt vernietigd of wordt gewijzigd voor wat betreft het sanctiebedrag, de omschrijving van de gedraging en/of de feitcode. Naar het oordeel van het hof kan ten aanzien van de procedure van artikel 13b, eerste lid, van de Wahv, eenzelfde criterium worden toegepast. De advocaat-generaal heeft de inleidende beschikking ongewijzigd in stand gelaten. Gelet daarop is de advocaat-generaal niet geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, van de Wahv. Ook overigens ziet het hof in hetgeen door de gemachtigde is aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat een proceskostenvergoeding in dit geval desondanks redelijk zou zijn. Daarom zal het verzoek om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Deze beslissing is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.