Partijen sloten een huurovereenkomst nadat de kopers de financiering van de woning niet rond kregen. Later werd een koopovereenkomst gesloten met een financieringsvoorbehoud en een boeteclausule van 10% van de koopsom bij niet-nakoming. De kopers konden de financiering niet aantonen en de verkoop werd ontbonden. De verhuurder vorderde betaling van de boete en ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand.
De kantonrechter mat de boete tot €5.000 en wees de huurachterstand toe, maar wees ontbinding en ontruiming af vanwege het woonbelang van de huurders. In hoger beroep bevestigde het hof het bestaan van een geldig boetebeding en matigde de boete eveneens tot €5.000, gelet op de financiële situatie van de kopers en de woningmarkt.
Het hof oordeelde dat de huurachterstand was toegenomen en dat de belangen van de verhuurder bij tijdige betaling zwaarder wogen dan het woonbelang van de huurders. Daarom werd de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming toegewezen met een termijn van vier weken. Tevens werden de achterstallige huur, de lopende huur en een gebruiksvergoeding toegewezen. De kosten van het hoger beroep werden aan de kopers opgelegd.