ECLI:NL:GHARL:2022:8803

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 oktober 2022
Publicatiedatum
13 oktober 2022
Zaaknummer
200.310.012
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:378 lid 1 sub a BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging ondercuratelestelling wegens blijvende geestelijke kwetsbaarheid

Verzoekster is bij beschikking van de kantonrechter onder provisioneel bewind gesteld en vervolgens onder curatele geplaatst vanwege haar geestelijke en lichamelijke toestand. In hoger beroep verzoekt zij vernietiging of beperking van de ondercuratelestelling, stellende dat haar situatie is verbeterd.

Het hof erkent de positieve ontwikkelingen in de gezondheid van verzoekster, maar acht het nog te vroeg om de ondercuratelestelling te beëindigen. De wisselvalligheid in haar psychiatrisch beeld, recente incidenten zoals het ondoordacht opnemen van een Italiaans gezin, en het belang van medicatietrouw maken de maatregel noodzakelijk.

Een minder verstrekkende maatregel zoals bewind of mentorschap is onvoldoende omdat de zorgen zowel financieel als op het gebied van persoonlijke verzorging en veiligheid blijven bestaan. De grieven falen en het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondercuratelestelling en wijst het verzoek tot opheffing of beperking af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.310.012
(zaaknummer rechtbank Gelderland 9569681)
beschikking van 13 oktober 2022
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: verzoekster,
advocaat: mr. M.A.D. Kok te Ermelo,
en
de besloten vennootschap
[verweerster] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de curator.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
[dochter1],
wonende te [woonplaats2]
verweerster in hoger beroep, verder te noemen: dochter 1,
[dochter2],
wonende te [woonplaats1] ,
verder te noemen: dochter 2,
[dochter3],
wonende te [woonplaats1] ,
verder te noemen: dochter 3,
[dochter4],
wonende te [woonplaats2]
verdere te noemen: dochter 4,

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, locatie Zutphen) van 26 januari 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 26 april 2022;
- een journaalbericht van mr. Kok van 21 juni 2022 met een productie;
- een e-mailbericht van 5 september 2022 van dochter 1 en dochter 4, ook namens dochter 2 en 3.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 8 september 2022 plaatsgevonden. Hierbij waren aanwezig:
- verzoekster, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [naam1] en de heer [naam2] namens de curator.
Dochters 1, 2, 3, en 4 waren met bericht vooraf niet aanwezig.

3.De feiten

3.1
Verzoekster is geboren [in] 1955.
3.2
Bij beschikking van 10 december 2021 heeft de kantonrechter het vermogen van verzoekster onder provisioneel bewind gesteld en de curator tot provisioneel bewindvoerder benoemd. De kantonrechter heeft aan de provisioneel bewindvoerder alle bevoegdheden toegekend die een curator krachtens de wet heeft.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de kantonrechter verzoekster vanwege haar geestelijke of lichamelijke toestand vervolgens onder curatele gesteld.
4.2
Verzoekster is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Verzoekster verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek tot ondercuratelestelling alsnog af te wijzen, of de bestreden beschikking gedeeltelijk te vernietigen en een termijn van de ondercuratelestelling in te stellen, waarbij deze zal eindigen op 27 april 2022, of op een termijn/datum die het hof juist acht.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Ingevolge artikel 1:378 lid 1 sub a van Pro het Burgerlijk Wetboek kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld, wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt, onder andere als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand en een voldoende behartiging van die belangen bovendien niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
5.2
Verzoekster erkent dat de ondercuratelestelling door de kantonrechter toentertijd terecht is uitgesproken. Zij stelt echter dat de omstandigheden aan haar kant sinds de bestreden beschikking ten goede zijn gewijzigd, met als gevolg dat nu niet (meer) is voldaan aan de wettelijke maatstaven die een (verdere) ondercuratelestelling rechtvaardigen. Inmiddels is het psychiatrisch beeld van verzoekster gestabiliseerd en is de ondercuratelestelling niet meer noodzakelijk. Daarnaast heeft de kantonrechter volgens verzoekster ten onrechte geen curatelestelling voor een bepaalde termijn uitgesproken.
5.3
Naar het oordeel van het hof is de ondercuratelestelling van verzoekster ook op dit moment nog steeds noodzakelijk. Het hof heeft daarvoor de volgende redenen.
5.4
Ook het hof ziet dat het op dit moment beter gaat met verzoekster. Ondanks deze positieve ontwikkeling is het volgens het hof nu nog te vroeg om te concluderen dat de verbetering zodanig blijvend en stabiel is dat een ondercuratelestelling (nu al) niet meer noodzakelijk is. Hierin neemt het hof mee dat verzoekster een lange geschiedenis heeft van afwisselend psychoses en periodes waarin het beter gaat. Die wisselvalligheid blijkt bijvoorbeeld uit de omstandigheid dat verzoekster recent, zonder dat de curator hiervan op de hoogte was, een Italiaans gezin in huis heeft genomen. Deze situatie leverde veel spanning op en verzoekster heeft uiteindelijk noodgedwongen de politie moeten bellen. Verzoekster heeft de (financiële) gevolgen van deze, ogenschijnlijk goed bedoelde, daad onvoldoende overdacht en heeft haar veiligheid hiermee in gevaar gebracht. Voor het goed kunnen functioneren is verzoekster afhankelijk van medicatie, wat haar kwetsbaar maakt. Daarom is het noodzakelijk dat verzoekster haar medicatie trouw blijft innemen, wat in het verleden niet altijd is gebeurd. Dat het nu goed gaat met verzoekster is vooral te danken aan het kader en de controle die er door de ondercuratelestelling is. Verzoekster heeft niet gesteld en ook niet aannemelijk gemaakt dat de curator zijn taken niet juist of niet voortvarend uitvoert.
5.5
Het hof vindt in dit geval het opleggen van een minder verstrekkende maatregel, zoals bewind en/of mentorschap, ook nu (nog) niet afdoende om de zorgen weg te nemen, omdat die zorgen zowel de behartiging van de geldzaken van verzoekster, als van haar persoonlijke verzorging en veiligheid omvatten. Zo is verzoekster in het verleden al eens ongepland zonder geld naar het buitenland vertrokken, wilde zij eind 2021 haar huis verkopen en opnieuw naar het buitenland vertrekken en is de dreiging voor de veiligheid van verzoekster nog steeds aanwezig.

6.De slotsom

Op grond van wat hiervoor is overwogen, falen de grieven. Het hof zal de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigen en beslissen als volgt.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, sector kanton, locatie Zutphen van 26 januari 2022.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, E. de Boer en L. Hamer, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes- de Wit als griffier, en is op 13 oktober 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.