Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
elk zijnde (een) geschrift(en) dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande de valsheid hierin dat de factu(u)r(en) vermeld onder a en/of c fictief zijn en/of in de suppletieaangifte onder b de post 'levering naar landen binnen de EU' en/of de post 'verschuldigde belasting' onjuist waren ingevuld;
tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, al dan niet tezamen met één of meer anderen, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met één of meer anderen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;
zulks terwijl dit/deze feit(en) kon(den) strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die gegeven(s) van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Overweging met betrekking tot het bewijs van de overige feiten
Bewezenverklaring
elk zijnde een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl [naam V.O.F.] wist dat die geschriften bestemd waren voor gebruik als waren zij telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken telkens in het overleggen van voornoemde geschriften aan de belastingdienst en bestaande die valsheid hierin, dat de facturen vermeld onder a en c fictief zijn en in de suppletieaangifte onder b de post 'levering naar landen binnen de EU' en onjuist was ingevuld, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;
aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;
zulks terwijl deze feiten konden strekken tot bevoordeling van zichzelf, terwijl verdachte wist, dat dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en/of maatregel
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.