Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellant],
[appellante],
[appellanten],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak tussen buren over de eigendom en gebruik van grond rondom hun percelen heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 oktober 2022 een tussenuitspraak gedaan. Na eerdere procedure bij de rechtbank en een mondelinge behandeling in hoger beroep, maakten partijen afspraken om hun geschil minnelijk op te lossen, waardoor beoordeling van de grieven niet meer aan de orde was.
De afspraken betroffen onder meer de eigendom van de tuin aan de straatkant, die onbetwist bleef, de verkoop van een strook grond en een steeg door geïntimeerden aan appellanten voor € 2.000,-, en de vestiging van erfdienstbaarheden ten behoeve van fundering, riolering en gootrecht. Over de precieze inhoud en kostenverdeling van deze afspraken bestond echter onenigheid, evenals over de verwijdering van laurierstruiken en de plaatsing van een gezamenlijke schutting op de kadastrale grens.
Partijen slaagden er niet in de gemaakte afspraken eensluidend uit te werken en vast te leggen in een proces-verbaal, mede door onenigheid over de reikwijdte van de erfdienstbaarheden en de praktische uitvoering van de schuttingplaatsing. Het hof benadrukte dat het geen oordeel kan geven over de afspraken zelf en dat partijen zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering.
Het hof beveelt daarom een nadere enkelvoudige mondelinge behandeling om de praktische uitwerking van de afspraken vast te leggen. Tevens geeft het hof suggesties voor een minnelijk traject, waaronder het inschakelen van een onafhankelijke derde bij onenigheid over de schutting. De kosten van de overdracht en erfdienstbaarheden worden in hoofdzaak door appellanten gedragen.
Uitkomst: Het hof beveelt een nadere mondelinge behandeling om de praktische uitwerking van de gemaakte afspraken vast te leggen.