Partijen zijn gescheiden en gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen. De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op €279 per maand voor beide kinderen samen. De vrouw ging in hoger beroep tegen de vaststelling van de draagkracht van de man en stelde dat zijn verdiencapaciteit hoger is dan het door hem opgegeven inkomen.
Het hof oordeelt dat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn huidige inkomen het maximale is, mede omdat hij zijn werkuren bewust beperkt om een betere werk-privébalans te houden, wat ten koste gaat van zijn onderhoudsverplichting. Daarom baseert het hof de draagkracht van de man op zijn jaarinkomen als werknemer in 2021, wat leidt tot een hoger draagkrachtbedrag.
De vrouw heeft haar werkuren vanaf juli 2022 uitgebreid, wat ook tot een hogere draagkracht leidt. Het hof berekent de kinderalimentatie naar rato van de draagkracht van beide ouders, verminderd met een zorgkorting van 25% vanwege de zorgverdeling. De man moet vanaf 14 april 2022 tot 1 juli 2022 €196 per kind per maand betalen en vanaf 1 juli 2022 €141 per kind per maand.
De eerdere beschikking wordt vernietigd voor zover deze de kinderalimentatie betreft, en het hof compenseert de proceskosten in hoger beroep. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.