Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die een minderjarige onder toezicht stelde en machtigde tot uithuisplaatsing in een jeugdhulpaccommodatie.
De minderjarige was sinds 27 oktober 2020 diverse malen geplaatst in gesloten en open jeugdhulpvoorzieningen vanwege gedragsproblemen en een strafrechtelijke veroordeling. Vanaf 22 september 2022 woont de minderjarige weer thuis bij zijn ouders, die samen met de raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling overeenstemming hebben bereikt over het beëindigen van de uithuisplaatsing.
De ouders voerden aan dat vrijwillige hulpverlening mogelijk is en dat de doelen van de ondertoezichtstelling al zijn bereikt. De raad en de gecertificeerde instelling benadrukten het belang van civielrechtelijke ondertoezichtstelling vanwege ernstige ontwikkelingsbedreigingen, maar erkenden dat de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk is.
Het hof oordeelt dat de machtiging tot uithuisplaatsing vanaf 22 september 2022 dient te worden vernietigd, maar bekrachtigt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor de periode daarvoor. Het hof benadrukt de kwetsbaarheid van de situatie en het belang van voortzetting van de behandeling in de thuissituatie.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing vanaf 22 september 2022 wordt vernietigd, de ondertoezichtstelling blijft gehandhaafd.