ECLI:NL:GHARL:2022:9019

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 oktober 2022
Publicatiedatum
21 oktober 2022
Zaaknummer
Wahv 200.298.956/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 WahvArt. 2 Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving justitieArt. 9 Parkeerverordening 's-Hertogenbosch 1996Art. 10 Parkeerverordening 's-Hertogenbosch 1996Art. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep vernietigt sanctiebeschikking wegens ontbreken overtreden voorschrift

De betrokkene kreeg een sanctie van €95,- opgelegd voor het parkeren op een vergunninghoudersplaats in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden op 13 februari 2020 in 's-Hertogenbosch. In de beschikking en het zaakoverzicht werd het overtreden voorschrift echter niet vermeld, wat in strijd is met artikel 4 Wahv Pro en artikel 2 van Pro de Regeling modellen en formulieren.

De betrokkene en zijn gemachtigde werden daardoor in hun verdedigingsbelangen geschaad, omdat zij niet wisten welk voorschrift was overtreden en daardoor hun bezwaren niet adequaat konden formuleren. De kantonrechter behandelde het bezwaar niet inhoudelijk en ook de officier van justitie en advocaat-generaal gaven geen duidelijkheid over het overtreden voorschrift.

Het hof concludeert dat het overtreden voorschrift artikel 9, eerste lid, onder c, van de Parkeerverordening 's-Hertogenbosch 1996 betreft, maar dat dit niet tijdig aan de betrokkene is meegedeeld. Hierdoor kon de betrokkene niet adequaat reageren, wat zijn verdedigingsrechten schaadt.

Het hof vernietigt daarom de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €1.544,25 aan de betrokkene.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens het niet vermelden van het overtreden voorschrift, en de proceskosten worden aan de betrokkene vergoed.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.298.956/01
CJIB-nummer
: 232251196
Uitspraak d.d.
: 21 oktober 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant van 29 april 2021, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “R592a - voertuig parkeren op parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden”. Deze gedraging zou zijn verricht 13 februari 2020 om 21:53 uur op de Van Paesschenstraat in ‘s-Hertogenbosch met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde wijst er op dat het overtreden wettelijk voorschrift niet in de inleidende beschikking of het zaakoverzicht is vermeld en dat dit in is strijd met artikel 4, eerste lid, Wahv juncto artikel 2, eerste lid, van de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving justitie. Hierdoor is de betrokkene in zijn verdedigingsbelangen geschaad.
3. Het hof stelt vast dat in de inleidende beschikking het overtreden voorschrift niet is vermeld. Dat is in strijd met artikel 4, eerste lid, Wahv juncto artikel 2, eerste lid, van de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving justitie.
4. Vraag is of de betrokkene hierdoor in zijn verdedigingsbelangen is geschaad.
5. Het hof moet vaststellen dat tot op heden de gemachtigde en de betrokkene niet zijn geïnformeerd over de vraag welk voorschrift is overtreden. Het overtreden voorschrift is niet alleen in de inleidende beschikking niet vermeld, maar ook het (aan de gemachtigde toegezonden) zaakoverzicht vermeldt het niet. Bij de behandeling van en/of de beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie geen gewag gemaakt van het overtreden voorschrift, de beslissing van de kantonrechter vermeldt het overtreden voorschrift niet en ook de advocaat-generaal heeft nagelaten in het verweerschrift aan te geven op welk overtreden voorschrift de oplegging van de sanctie berust.
6. De sanctie betreft de overtreding van artikel 9, eerste lid, onder c, van de Parkeerverordening
's-Hertogenbosch 1996. Deze bepaling luidt aldus:
"Artikel 9
1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een voertuig te plaatsen of geparkeerd te houden;
a. zonder vergunning;
b. zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de vergunning;
c. in strijd is met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.
2. Het College kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel."
7. Overtreding van deze bepaling is strafbaar gesteld in artikel 10 van Pro de verordening.
8. In administratief beroep heeft de gemachtigde naar voren gebracht dat de gemeente invulkaarten afgeeft voor ontheffing. De betrokkene had die ingevuld en achtergelaten achter het raam. De gemachtigde verbindt hieraan de conclusie dat de betrokkene in het bezit is van een vergunning die zichtbaar in de auto aanwezig was, zodat is voldaan aan de vereisten voor parkeren met deze vergunning.
Ter gelegenheid van de (telefonische) hoorzitting heeft de gemachtigde dit bezwaar herhaald.
9. In het licht van het overtreden voorschrift doet de gemachtigde een beroep op het tweede lid van artikel 9 van Pro de verordening: de betrokkene beschikt over een ontheffing. De conclusie die daaraan verbonden zou moeten worden is dat de vergunningplicht van het eerste lid voor de betrokkene niet gold en derhalve ook niet kan worden gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.
10. De officier van justitie heeft dit bij de beslissing op het administratief beroep niet onderkend. Hij heeft volstaan met de overweging dat uit de beschikbare informatie blijkt dat de betrokkene zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden die in de vergunning zijn vermeld.
11. In beroep bij de kantonrechter heeft de gemachtigde het in administratief beroep naar voren gebrachte bezwaar herhaald. De kantonrechter heeft het bezwaar van de betrokkene niet als zodanig behandeld.
12. Niet kan worden vastgesteld dat de betrokkene niet in zijn belangen is geschaad. Indien tijdig het overtreden voorschrift bekend was gemaakt, had hij zijn bezwaren in de juiste context kunnen plaatsen zodat deze met zodanige precisie onder de aandacht van de officier van justitie en de kantonrechter hadden kunnen worden gebracht dat zij deze bezwaren -zonder nader onderzoek- hadden onderkend en daarop zodanig hadden kunnen reageren dat deze bezwaren tot hun recht zouden zijn gekomen.
13. De conclusie is dat de betrokkene, door de niet vermelding van het overtreden voorschrift in zijn belangen is geschaad. Dit betekent dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
14. Het voorgaande leidt tot de onderstaande beslissing.
15. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter en het indienen van een hoger beroepschrift dienen in totaal vier procespunten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.544,25.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.544,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.