ECLI:NL:GHARL:2022:9048
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs van genoten voordeel bij hennepkwekerij
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland waarin betrokkene was veroordeeld tot betaling van een bedrag van ruim €2,19 miljoen als wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij.
In eerste aanleg was vastgesteld dat betrokkene betrokken was bij het telen van hennep, maar het hof concludeert dat er meerdere personen bij de kwekerij betrokken waren. De aard en omvang van hun betrokkenheid is echter onduidelijk gebleven, waardoor het niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld welk deel van de opbrengst betrokkene heeft genoten.
Gezien het reparatoire karakter van de maatregel van ontneming acht het hof het onjuist om de volledige netto opbrengst van 14 oogsten aan betrokkene toe te rekenen. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering tot ontneming af.
De uitspraak werd gedaan op 21 oktober 2022 door de meervoudige kamer van het hof te Zwolle, waarbij ook de advocaat-generaal en de raadsman van betrokkene hun standpunten naar voren brachten.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van genoten voordeel.