Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verweerster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2008 in Marokko gehuwd. De man heeft de Marokkaanse nationaliteit, de vrouw heeft zowel de Nederlandse als Marokkaanse nationaliteit. De man diende in december 2020 een verzoek tot echtscheiding in. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en veroordeelde de man tot betaling van een bruidsschat van €5.000 aan de vrouw.
De man kwam in hoger beroep tegen de veroordeling tot betaling van de bruidsschat, niet tegen de echtscheiding zelf. De vrouw verzocht het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren. De echtscheidingsbeschikking was niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de beschikking.
Volgens artikel 1:163 lid 3 BW Pro verliest de echtscheidingsbeschikking haar kracht indien het verzoek tot inschrijving niet binnen zes maanden na kracht van gewijsde wordt gedaan. De termijn verstreek op 11 maart 2022 zonder inschrijving. Hierdoor is de echtscheidingsbeschikking niet meer van kracht, en ontbreekt de rechtsgrond voor het hoger beroep over de nevenvoorziening. Het hof verklaarde daarom de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het niet tijdig inschrijven van de echtscheidingsbeschikking.