Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling (ots) en uithuisplaatsing (uhp) van een minderjarige die sinds 2020 bij een pleegmoeder woont. De moeder is alleen belast met het gezag en voert in hoger beroep aan dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor verlenging, met name dat een advies van de raad ontbreekt en dat zij bereid is tot medewerking en plaatsing in een gezinshuis.
Het hof overweegt dat de raad op verzoek van de kinderrechter onderzoek heeft gedaan naar het woonperspectief van de minderjarige en heeft geadviseerd dat verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van het kind. Dit advies voldoet aan de eisen van artikel 1:265j lid 3 BW. De moeder heeft onvoldoende medewerking verleend aan hulpverlening en psychologisch onderzoek, en het contact met de minderjarige is sinds juli 2022 gestopt.
Het hof stelt vast dat de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn en dat de moeder niet kan worden geplaatst in een gezinshuis omdat dit niet door de gecertificeerde instelling (GI) is verzocht en als een gepasseerd station wordt beschouwd. De continuïteit en veiligheid van de minderjarige zijn in het huidige pleeggezin gewaarborgd. Daarom wordt de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige.