ECLI:NL:GHARL:2022:9191
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens overschrijding termijn
Verdachte stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de politierechter, maar het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep te laat was ingediend. De dagvaarding was op tijd aan verdachte persoonlijk betekend, maar zijn raadsvrouw ontving niet alle stukken en was niet op de hoogte van de zittingsdatum in eerste aanleg.
Op de zittingsdatum in eerste aanleg verscheen verdachte niet, waarna een verstekvonnis werd uitgesproken. Verdachte had veertien dagen na dit vonnis om hoger beroep in te stellen, maar deed dit pas ruim na deze termijn. De verdediging verzocht om terugwijzing naar de rechtbank wegens procedurele fouten, maar het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was.
Het hof concludeerde dat de niet-ontvankelijkheid terecht was, omdat de dagvaarding aan verdachte persoonlijk was betekend en de wettelijke termijn voor hoger beroep daardoor niet verlengd werd. De procedure werd daarmee beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.