ECLI:NL:GHARL:2022:9319
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet stellen van zekerheid bij snelheidsovertreding
De betrokkene stelde beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet stellen van zekerheid bij een snelheidsovertreding. De betrokkene beschikte niet over een bankrekening en kon daardoor geen zekerheid via de voorgeschreven girale betaalwijze stellen.
De betrokkene voerde aan dat het openbaar ministerie tekortschiet door geen alternatieve betaalwijze, zoals contante betaling, te accepteren, waardoor haar verdedigingsrechten werden geschaad. Het hof overwoog dat de wettelijke regeling (artikel 11 lid 3 Wahv Pro) voorschrijft dat zekerheid moet worden gesteld via betaling op de rekening van de minister, en contante betaling niet is toegestaan.
Het hof concludeerde dat de betrokkene voldoende gelegenheid had gekregen om zekerheid te stellen volgens de voorgeschreven wijze en dat het ontbreken van een bankrekening een omstandigheid is die voor haar rekening komt. Omdat geen zekerheid was gesteld en dit niet onvoorzienbaar was, bevestigde het hof de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Hierdoor kon het hof de inhoudelijke bezwaren tegen de opgelegde sanctie niet beoordelen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid.