In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 3 november 2022 uitspraak gedaan in hoger beroep over het gezag en omgangsregeling van minderjarige kinderen.
De moeder was belast met het gezag en verzocht om beëindiging van het gezamenlijk gezag, terwijl de vader een omgangsregeling wilde instellen. Het hof constateerde dat de communicatie tussen de ouders ernstig tekortschiet en dat de vader de uitoefening van het gezag van de moeder belemmerde, onder meer door niet tijdig te reageren op belangrijke gezagsbeslissingen zoals schoolinschrijving en naturalisatie.
Het hof oordeelde dat het gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico inhoudt dat de kinderen klem raken tussen de ouders en dat verbetering van de communicatie niet binnen afzienbare tijd te verwachten is. Daarom werd het gezamenlijk gezag beëindigd en aan de moeder toegekend.
Ten aanzien van de omgangsregeling stelde het hof vast dat de vader onvoldoende heeft meegewerkt aan hulpverleningstrajecten en dat het belang van de kinderen en moeder gebaat is bij rust en duidelijkheid. Het verzoek van de vader tot omgang werd daarom afgewezen omdat dit in strijd zou zijn met zwaarwegende belangen van de kinderen.
De beschikking van de rechtbank Gelderland van 26 februari 2020 werd vernietigd voor het gezagsdeel en bekrachtigd voor het omgangsdeel.