ECLI:NL:GHARL:2022:9367

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 november 2022
Publicatiedatum
3 november 2022
Zaaknummer
Wahv 200.298.554/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie parkeren zonder geldige vergunning op vergunninghoudersplaats

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder geldige vergunning, omdat het voertuig met kenteken [kenteken1] daar stond terwijl de bezoekersvergunning alleen was gereserveerd voor kenteken [kenteken2].

In hoger beroep stelde de gemachtigde dat de betrokkene wel een vergunning had, maar dat het verkeerde kenteken was aangemeld. Het hof oordeelde dat een bezoekersvergunning slechts geldt voor het geregistreerde kenteken, en dat het voertuig dat daadwerkelijk geparkeerd stond geen geldige vergunning had.

De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard en het hof bevestigt deze beslissing. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. De sanctie van €95 blijft van kracht.

Uitkomst: De sanctie van €95 voor parkeren zonder geldige vergunning op een vergunninghoudersplaats wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.298.554/01
CJIB-nummer
: 230843078
Uitspraak d.d.
: 3 november 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 20 april 2021, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “R592i - parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig”. Deze gedraging zou zijn verricht 20 december 2019 om 19:49 uur op de Kriekenbeekplaats in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken1] .
2. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat de gedraging niet is verricht, nu de sanctie ziet op het zonder vergunning parkeren bij een E9 bord, terwijl de betrokkene wel degelijk een vergunning heeft maar zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden door een verkeerd kenteken aan te melden.
3. De sanctie is opgelegd ter zake van overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). Dit artikel luidt:
"De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend."
4. Het zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
"Gedragingsgegevens: ik zag dat het voertuig stond geparkeerd op een middels bord E9 RVV 1990 aangeduide parkeergelegenheid welke is voorbehouden aan vergunninghouders. Ik heb geen parkeervergunning in het voertuig waargenomen. Uit navraag bij het bevoegd gezag is mij gebleken dat voor het parkeren op deze parkeergelegenheid geen vergunning is verleend."
5. Door de gemachtigde is eerder in de procedure aangevoerd dat de vriendin van de betrokkene, [naam1] , een bezoekersvergunning heeft waarvoor ze bezoekers kan aanmelden. Zij heeft dit de bewuste dag ook gedaan, maar heeft in plaats van het kenteken [kenteken1] het kenteken
[kenteken2] ingevoerd. Uit de bijgevoegde reserveringsgeschiedenis van het reserveren van de bezoekersvergunning kan worden afgeleid dat [naam1] vanaf 20 december 2019 om 17:39 tot en met 21 december 2019 om 06:39 uur een bezoekersparkeervergunning heeft gereserveerd voor het voertuig met kenteken: [kenteken2] .
6. Het hof stelt vast dat het in deze zaak om een bezoekersvergunning gaat die voor meerdere kentekens kan worden gereserveerd. Dit brengt mee dat een voertuig pas over de vergunning beschikt als het daarbij behorende kenteken is ingevoerd. Hier is niet het kenteken ingevoerd van het voertuig dat ter plaatse stond geparkeerd op een parkeerplaats voor vergunninghouders, zodat kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Aldus is de sanctie terecht opgelegd. Wijziging van de feitcode is niet nodig, zodat hetgeen de gemachtigde daaromtrent heeft aangevoerd geen bespreking behoeft.
7. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.