ECLI:NL:GHARL:2022:94

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 januari 2022
Publicatiedatum
6 januari 2022
Zaaknummer
Wahv 200.271.515/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 RVV 1990Art. 66 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep parkeerboete wegens parkeren in inham naast rijbaan

De betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd voor parkeren in strijd met een parkeerverbod op de Fuutlaan in Eindhoven. Hij stelde dat hij geparkeerd had in een inham achter een witte streep, die niet onder het parkeerverbod viel. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond.

In hoger beroep onderzocht het hof de situatie en concludeerde dat de inham, gescheiden door een witte streep en begrensd door een trottoir en struiken, een voor parkeren bestemd weggedeelte is. Het parkeerverbodsbord E1 geldt slechts voor de zijde van de weg waar het is geplaatst en niet voor deze inham. De inham wordt niet als in- of uitrit beschouwd omdat het hek afgesloten en begroeid is en alleen bij calamiteiten geopend zou worden.

Gelet op deze feiten vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctie van de officier van justitie. De betrokkene krijgt zijn zekerheid terugbetaald. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken op een openbare zitting.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de parkeerboete en verklaart het beroep gegrond omdat de inham als een voor parkeren bestemd weggedeelte geldt waar het parkeerverbod niet van toepassing is.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.271.515/01
CJIB-nummer
: 220915770
Uitspraak d.d.
: 6 januari 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant van 28 oktober 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 oktober 2018 om 15:57 uur op de Fuutlaan in Eindhoven met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene voert aan dat zijn voertuig niet stond geparkeerd op een plaats waar niet geparkeerd mag worden. De betrokkene heeft zijn voertuig geparkeerd in een inham achter een witte streep. De betrokkene betwist dat de witte streep, die achter zijn voertuig op het wegdek zichtbaar is, een stopstreep is geweest behorend bij een inmiddels verwijderd verkeersbord B7 (stoppen voor voorrangsweg). Ook is ten onrechte vermeld dat hij heeft geparkeerd op privéterrein en voor een in/uitrit. De betrokkene heeft bewust niet geparkeerd in het linkerdeel van de inham omdat verkeersborden nadrukkelijk aangaven dat daar sprake is van een in/uitrit en privéterrein. Hij heeft daarom rechts naast de stoepverhoging geparkeerd achter de witte belijning. Doordat op dit rechterdeel van de inham bomen en struiken groeien, is duidelijk dat de in/uitrit al jaren niet meer als zodanig wordt gebruikt. Bovendien is de genoemde bebording daar door de hoge en dichte begroeiing niet waarneembaar. De betrokkene geeft aan dat zowel links als rechts naast de inham geen verkeersbord (het hof begrijpt: bord E1) is geplaatst. Het door de ambtenaar gefotografeerde verbodsbord staat meters na de inham en is om die reden niet op zijn situatie van toepassing.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“10 minuten toezicht. Geen laad- en losactiviteiten waargenomen. Locatie ligt binnen parkeerverbodszone. Parkeren alleen toegestaan in de daarvoor bestemde vakken.”
4. Het dossier bevat verder een aanvullend proces-verbaal van 30 juli 2019, waarin de ambtenaar - voor zover hier relevant - het volgende verklaart:
“Ik, verbalisant, wist ambtshalve dat er hier een parkeerverbod aan deze zijde van de weg gold over een aantal honderd meters vanaf de Meerkollaan tot aan de Merellaan. Het parkeerverbod is van toepassing aan deze zijde van de weg, met inbegrip van paden en groenstroken. Ik, verbalisant, zag geen laad- of losactiviteiten op of rond het voertuig derhalve werd het voertuig geverbaliseerd. De verweerder haalt in het verweer aan dat hij niet parkeerde in het parkeerverbod aan deze zijde van de weg, maar dit gedeelte behoort tot de weg. Er was geen sprake van parkeren in vakken maar op het gedeelte van de weg dat vroeger gebruikt werd als inrit naar het achterliggende terrein van de NS (ProRail). De witte belijning die betrokkene aanhaalt was vroeger de stopstreep bij bord B07. Dit bord is inmiddels verwijderd daar de uit/inrit (het hof leest: alleen) gebruikt wordt bij calamiteiten of evenementen. Het betrokken voertuig had ook kunnen parkeren bij betaald parkeren, er waren voldoende plaatsen vrij. (…).”
5. Bij het aanvullend proces-verbaal heeft de ambtenaar een aantal foto’s gevoegd die hij ten tijde van de constatering van de gedraging heeft gemaakt. Hierop is het voertuig van de betrokkene afgebeeld terwijl het aan de rechterkant van de weg in een inham staat geparkeerd. Achter het voertuig van de betrokkene is op het wegdek een witte streep aangebracht. Daarnaast heeft de ambtenaar een foto overgelegd van een bord E1 met een onderbord met daarop zowel een pijl wijzend naar links als naar rechts. Tot slot heeft de ambtenaar een plattegrond bijgevoegd waarop hij de locatie heeft vermeld van enkele borden die het parkeerverbod aangeven.
6. Weliswaar stelt de ambtenaar in het zaakoverzicht dat het voertuig stond op een locatie binnen een parkeerverbodszone, maar dat sprake is van een zone in de zin van artikel 66 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) is niet gebleken. Uit het door de ambtenaar opgemaakte proces-verbaal en de overgelegde foto's maakt het hof op dat de ambtenaar van mening is dat de door hem aangeduide borden E1 ook gelding hebben op de locatie waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd.
7. Artikel 65, tweede en derde lid, van het RVV 1990 bepaalt het volgende:
"2. De verkeersborden E1, E2 en E3 van bijlage 1 gelden slechts voor de zijde van de weg alwaar zij zijn geplaatst.
3. Het parkeren van een voertuig en het plaatsen van een fiets en van een bromfiets is echter toegestaan op de daartoe bestemde weggedeelten."
8. Op grond van de door de ambtenaar en de betrokkene overgelegde foto's stelt het hof vast dat het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd op een naast de rijbaan van de Fuutlaan gelegen enkele meters diepe inham, van de rijbaan afgescheiden door een witte streep. Op het linkerdeel van de inham mondt een bedrijventerrein uit, waartoe toegang kan worden gekregen via een hek. Op dat hek staat aangegeven dat het een privéterrein is en de uitrit moet worden vrijgehouden.
Het rechtergedeelte van de inham, waar het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd, wordt begrensd door een hek. Achter dat hek bevindt zich een bedrijventerrein. Het hek is begroeid met struiken en gesloten. Het voertuig van de betrokkene stond haaks op het hek geparkeerd.
Tussen het linker- en rechtergedeelte van de inham bevindt zich een verhoogd trottoir.
9. Het gedeelte van de inham waar het voertuig van de betrokkene stond komt, gelet op de witte belijning en de afgrenzing door een trottoir en een met struiken begroeid hekwerk over als een niet voor rijdende voertuigen maar voor parkeren bestemd weggedeelte. Het bord E1 heeft daar, gelet op het derde lid van artikel 65 van Pro het RVV 1990, geen gelding. De omstandigheid dat het hek bij calamiteiten en evenementen geopend moet kunnen worden doet daaraan niet af nu dat ten tijde van de gedraging niet kenbaar was aangegeven. Het ten tijde van de gedraging afgesloten met struiken begroeide hekwerk doet zich niet als in/uitrit voor, zodat het weggedeelte daarvoor niet als toegang tot een in/uitrit kan worden beschouwd.
10. Gelet op het voorgaande kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan niet in stand blijven. Het hof zal als volgt beslissen.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.