Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige dochter, die sinds 2014 onder toezicht staat vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling. De moeder, met een problematisch verleden en psychische aandoeningen, is onvoldoende in staat de noodzakelijke opvoedomgeving te bieden. De dochter heeft een gehechtheidstrauma en verblijft sinds 2020 bij haar biologische vader, die de opvoeding verzorgt.
De moeder heeft in hoger beroep vijf grieven ingediend tegen de verlenging van de maatregelen, maar het hof oordeelt dat de problematiek van de moeder en de behoeften van de dochter zwaarder wegen. Diverse onderzoeken tonen aan dat de dochter stabiliteit, structuur en emotionele afstemming nodig heeft, die de moeder momenteel niet kan bieden. De moeder volgt een training, maar dit is nog onvoldoende om het perspectief te veranderen.
Het hof bekrachtigt daarom de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 23 maart 2023, met het oog op het belang van de dochter. De omgangsregeling met de moeder blijft gehandhaafd, maar de thuissituatie bij de moeder is onveilig en onvoorspelbaar. De moeder wordt niet gevolgd in haar stelling dat het opvoedperspectief bij haar ligt.
Uitkomst: Het hof verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de dochter tot 23 maart 2023 en bekrachtigt de bestreden beschikking.