ECLI:NL:GHARL:2022:9621

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 november 2022
Publicatiedatum
9 november 2022
Zaaknummer
Wahv 200.304.436/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor niet verlenen voorrang bij verlaten uitrit tankstation

De betrokkene kreeg een boete van €240 opgelegd wegens het verlaten van een uitrit zonder voorrang te verlenen aan het overige verkeer op de Einsteinstraat in Landgraaf. De betrokkene betwistte dat de locatie een uitrit betreft, onderbouwd met argumenten over de wegconstructie en het ontbreken van inritblokken, en verwees naar haaientanden die volgens hem de situatie anders duiden.

Het hof oordeelde dat de uitmonding duidelijk als een in- en uitrit herkenbaar is, mede gelet op de bestemming als toegang tot het tankstation en de fysieke kenmerken van de weg. Het aanbrengen van haaientanden doet hieraan niet af. De ambtenaar verklaarde dat hij genoodzaakt was hard te remmen om een aanrijding te voorkomen, wat de overtreding bevestigt.

De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het hof bevestigt deze beslissing en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding eveneens af. Hiermee blijft de boete van €240 in stand.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €240 voor het niet verlenen van voorrang bij het verlaten van de uitrit.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.304.436/01
CJIB-nummer
: 224533400
Uitspraak d.d.
: 9 november 2022
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 25 november 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “uit uitrit weg oprijden zonder overige verkeer voor te laten gaan”. Deze gedraging zou zijn verricht op 29 maart 2019 om 15.44 uur op de Einsteinstraat in Landgraaf met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist dat sprake is van een uitrit, zodat de verweten gedraging niet kan worden vastgesteld. Uit de plattegrond kan worden afgeleid dat de weg waaraan het tankstation is gelegen, ook de Marconistraat met de Einsteinstraat verbindt. Ter plaatse zijn geen inritblokken aangebracht en de weg is op ieder punt even hoog. De bestemming en de constructie wijzen er in dit geval niet op dat sprake is van een inrit. De wegbeheerder is kennelijk eenzelfde mening toegedaan omdat ter plaatse haaientanden zijn aangebracht. De gemachtigde heeft een schermopname van Google Maps Street View bijgevoegd.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, reed over de Einsteinstraat, komende uit de richting van de Mensheggerweg en rijdende in de richting van de Hofstraat (…). Ik reed met een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur (…). Het is mij ambtshalve bekend dat de maximale toegestane snelheid aldaar 80 kilometer per uur betrof. Ik zag het voertuig met het betreffende kenteken, de uitrit van het aldaar gelegen tankstation ‘Minli’ verlaten in de richting van de Hofstraat. Ik was hierdoor genoodzaakt zeer hard te remmen tot een snelheid van ongeveer 30 kilometer per uur teneinde een aanrijding met dit voertuig te vorkomen.”
5. Om te kunnen vaststellen of de onder 1. genoemde gedraging is verricht, moet allereerst vast komen te staan dat ter plaatse sprake is van een uitrit. De begrippen in- en uitrit zijn in de regelgeving niet gedefinieerd, omdat de veelheid van feitelijke situaties zich lastig in een definitie laat vangen. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een in- of uitrit, is daarom van belang of van iedere verkeersdeelnemer ter plaatse mag worden verwacht dat hij een uitmonding op duidelijk herkenbare wijze als in- of uitrit kan herkennen. Daarbij speelt de bestemming van de uitmonding (bijvoorbeeld de toegang tot een erf van een woning of bedrijfsunit) en de constructie van de uitmondingsituatie een belangrijke rol. Bij de vormgeving van een uitritconstructie kan daarbij worden gedacht aan een trottoir of fietspad langs de doorgaande weg dat op nagenoeg dezelfde hoogte en in soortgelijke verharding doorloopt over de zijweg en/of de toepassing van zogenaamde inritblokken.
6. Zowel de gemachtigde als de advocaat-generaal hebben afdrukken uit Google Maps Street View overgelegd. Het hof heeft hieronder een afbeelding van de situatie ter plaatse, afkomstig van Google Maps Street View, datum opname juni 2019, opgenomen.
7. Naar het oordeel van het hof is in de onderhavige situatie sprake van een uitmonding die duidelijk als een in- en uitrit kan worden herkend. Het verlaten van het tankstation geschiedt dus middels het oprijden van de uitritconstructie. Dat de wegbeheerder ervoor heeft gekozen om ook nog haaientanden aan te brengen voor de kruising met het fietspad, doet hieraan niet af. Gelet hierop dient men bij het verlaten van het tankstation middels de uitritconstructie voorrang te verlenen aan verkeer op de Einsteinstraat. De grond van de gemachtigde treft geen doel.
8. Nu niet is weersproken dat de betrokkene op het onder 1. omschreven moment het voertuig van de ambtenaar dat zich op de Einsteinstraat bevond, niet heeft voor laten gaan, staat vast dat de gedraging is verricht. Dit betekent dat de kantonrechter juist heeft beslist en dat de beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.